Met het nieuwe jaar komen er ook de nodige wijzigingen op belastinggebied. De fiscus sleutelt aan de inkomstenbelasting in box 1. Maar ook de vermogensbelasting in box 3 en belastingen voor ondernemers krijgen in 2020 te maken met flink wat wijzigingen.

Zo daalt het aantal belastingschijven voor de inkomstenbelasting van drie naar twee. Ook worden de tarieven voor de vermogensbelasting aangepast en gaan de algemene heffingskorting en arbeidskorting omhoog.

 

Wat verandert er komend jaar voor je portemonnee? Aan het eind van het jaar brengt Business Insider dit traditiegetrouw in kaart met een serie artikelen. In het eerste deel stond de medische zorg centraal. In het tweede deel zoomen we in op de Belastingdienst.

We beperken ons hierbij tot algemene belastingmaatregelen. Fiscale zaken wat betreft de eigen woning, je bedrijf, de auto van de zaak, schenken, erven en dergelijke komen in volgende delen aan de orde.

 

Bekijk hieronder de belangrijkste fiscale wijzigingen per 1 januari 2020:

 
 

Inkomstenbelasting box 1: minder belastingschijven

Het kabinet is vorig jaar begonnen om het aantal belastingschijven voor de inkomstenbelasting terug te brengen van vier naar twee. Er zijn nu drie schijven.

Komend jaar worden dat er nog maar twee: een basistarief van 37,35 procent voor inkomens tot 68.507 euro en een toptarief voor 49,5 procent voor elke euro daarboven.

Het tarief in de eerste schijf neemt daarmee iets toe, want dat is nu nog 36,65 procent. Het hoogste tarief daalt daarentegen, want nu moet je nog 51,75 procent betalen.

Door de aanpassing van de tarieven zullen de meeste mensen minder inkomstenbelasting gaan betalen. Maar er zit ook een keerzijde aan: de hypotheekrente moet ook tegen een lager belastingtarief worden afgetrokken.

Lees ook: Inkomstenbelasting in 2020: lagere tarieven en minder hypotheekrenteaftrek – dit eist de fiscus op als je €60.000 tot €120.000 verdient

 

Tarieven in box 2 voor ondernemers: dividend zwaarder belast

Wie meer dan 5 procent van de aandelen of stemrecht in een vennootschap heeft, heeft een zogeheten aanmerkelijk belang. Over de inkomsten die je hieruit ontvangt, zoals dividend, moet je belasting betalen in box 2.

Dit tarief gaat komend jaar omhoog van 25 procent naar 26,25 procent. In 2021 loopt het nog verder op: naar 26,90 procent.

Houd er dus rekening mee dat je meer inkomstenbelasting moet betalen als je komend jaar een dividenduitkering doet of je aandelen van de hand doet.

Het tarief van de vennootschapsbelasting op winsten tot en met 200.000 euro daalt komend jaar van 19 procent naar 16,5 procent. Een jaar later wordt dit 15 procent.

Het tarief op winsten vanaf 200.000 euro blijft in 2020 onveranderd op 25 procent. in 2021 daalt het aar 21,7 procent.

Verder wordt komend jaar bij de vennootschapsbelasting geen belastingrente in rekening gebracht als je de aangifte voor 1 juni hebt ingediend en deze aangifte klopt.


 

Tarieven box 3: vermogensbelasting

Het is spaarders al jaren een doorn in het oog: het fictieve rendement waarover je vermogensbelasting betaalt in box 3 (over inkomsten uit sparen en beleggen) ligt veel hoger dan de werkelijke spaarrente, die inmiddels gevaarlijk dicht tegen de 0 procent aan schurkt.

Ook komend jaar gaat de fiscus waarschijnlijk uit van een hoger rendement dan je over je spaartegoed ontvangt, al wordt het gat wel iets kleiner.

Een ander goed nieuwtje is dat de vrijstelling iets omhoog gaat. Over de eerste 30.846 euro (of 61.692 euro bij fiscaal partners) aan vermogen hoef je geen belasting te betalen. Nu ligt de grens nog op 30.360 euro (of 60.720 euro voor fiscaal partners).

Bij de vermogensbelasting gelden drie schijven:

  • Over de eerste schijf (voor vermogens tussen 30.846 en 72.797 euro) betaal je in 2020 per saldo 0,54 procent belasting (30 procent over een forfaitair rendement van 1,799 procent). Nu is dat nog 0,58 procent.
  • Over het vermogen hierboven tot 1.005.572 euro, moet je volgend jaar 1,27 procent afrekenen (tegen 1,34 procent in 2019).
  • Het vermogen boven de ruim 1 miljoen euro wordt belast tegen 1,6 procent in 2020, versus de huidige 1,62 procent.

Net zoals bij de inkomstenbelasting gelden de tarieven alleen voor het deel van je vermogen dat binnen een bepaalde schijf valt.

Lees ook deze fiscale eindejaarstip: 2 slimme manieren om je vermogen in box 3 te drukken, zodat je minder belasting betaalt


Groene beleggingen en contant geld

Groene beleggingen zijn straks vrijgesteld tot in totaal maximaal 59.477 euro, of het dubbele voor fiscaal partners. Nu is dat nog 58.540 euro.

De vrijstelling voor een uitvaartverzekering of andere overlijdensrisicoverzekering in box 3 stijgt naar van 7.118 euro naar 7.232 euro.

Voor wie het kleine niet eert: de vrijstelling voor contant geld en cadeaubonnen neemt met 9 euro toe, naar 543 euro (of het dubbele voor fiscaal partners).


Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die je bent verschuldigd. Hoe hoger de korting, hoe minder belasting je hoeft te betalen en hoe meer je dus netto overhoudt.

Er bestaan verschillende heffingskortingen. De meeste gaan omhoog en dat is goed nieuws voor belastingplichtigen.

… zoals de Algemene Heffingskorting

De algemene heffingskorting is een algemene korting op de inkomstenbelasting voor iedereen die belasting betaalt. De hoogte van de korting hangt af van je inkomen: hoe lager dat is, hoe meer korting je krijgt.

Deze heffingskorting wordt komend jaar verhoogd, waardoor mensen met een besteedbaar inkomen tot 68.507 euro netto meer overhouden. Hier profiteren vooral mensen met een jaarinkomen tot 20.711 euro van. Voor hen gaat de korting omhoog van 2.477 euro naar 2.711 euro (en van 1.268 naar 1.413 euro voor AOW-ers).

Verdien je tussen de 20.711 euro en 68.507 euro, dan ga je er ook op vooruit, maar in iets mindere mate. Is je inkomen hoger, dan maak je helaas geen aanspraak op deze korting.

… en Arbeidskorting

Er bestaat ook een heffingskorting voor mensen die werken: de arbeidskorting. De maximale arbeidskorting voor lagere inkomens gaat komend jaar met maar liefst 420 euro omhoog naar 3.819 euro. Hierdoor wordt het voor lagere inkomens meer lonend om te werken of meer uren te draaien.

Is je inkomen hoger dan 98.604 euro, dan heb je geen recht op deze tegemoetkoming.

Aanrechtsubsidie

Verder wordt de zogeheten aanrechtsubsidie ook komend jaar wat verder afgebouwd. Als je jouw algemene heffingskorting of arbeidskorting niet volledig gebruikt omdat je inkomen te laag is, kun je deze nu nog laten uitkeren aan je partner. Dat kan in 2024 niet meer.

Ouderenkorting

De maximale ouderenkorting wordt met 26 euro verhoogd, waardoor gepensioneerden netto iets meer te besteden hebben. Tot een inkomen van 37.372 krijg je de volledige korting. Daarna wordt deze afgebouwd. Vanaf 48.185 euro vervalt de korting.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Werknemers die werk combineren met de zorg voor jonge kinderen tot 12 jaar hebben recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Het maximale kortingsbedrag stijgt komend jaar licht, van 2.835 euro naar 2.881 euro.


Roken wordt wederom duurder

Roken wordt komend jaar wederom duurder, omdat de accijnzen op tabaksproducten omhoog gaan. Vanaf april stijgt de prijs voor een pakje sigaretten met nog eens 1 euro.


Wat betekent dit alles voor onze koopkracht?

De meeste belastingplichtigen krijgen komend jaar te maken met lagere belastingtarieven en hogere kortingen en dat is natuurlijk gunstig.

Loonstrookjesverwerker ADP becijferde onlangs dat het nettoloon voor mensen met een bruto maandloon tussen de 2.500 en 7.500 euro komend jaar zal toenemen met ongeveer 40 tot 100 euro per maand. Dit komt neer op een stijging van 1,6 procent tot 2,2 procent.

Heb je een eigen woning, dan zal het nettovoordeel wat lager uitpakken, omdat in de berekening van ADP nog geen rekening is gehouden met de lagere hypotheekrenteaftrek. Omdat het belastingtarief daalt, mag je immers ook minder hypotheekrente in mindering brengen op je inkomen.

Ook is in de berekening geen rekening gehouden met prijsstijgingen (voor bijvoorbeeld je zorgverzekering of de energierekening) en eventuele loonstijgingen. Dus wat je netto overhoudt, na aftrek van vaste lasten, kan hiervan afwijken.

Eerder heeft het Nibud al voor 100 verschillende soorten huishoudens in kaart gebracht in hoeverre zij er komend jaar naar verwachting op vooruitgaan. Volgens die berekeningen stijgt de koopkracht met gemiddeld 0,2 tot 4,6 procent.

De meeste mensen gaan er netto 1 tot 2 procent op vooruit. Vooral voor tweeverdieners met een middeninkomen en kinderen ziet het er gunstiger uit.

Ben je benieuwd hoeveel jij er komend jaar op vooruit gaat? Met behulp van deze tool kun je checken hoe het plaatje er bij jou globaal komt uit te zien.


Lees meer fiscale eindejaarstips: