Bron: ABAB

Dien uw aanvraag NOW 3.0 vanaf 6 mei in

3 mei 2021

ARTIKEL

Begin dit jaar werd het percentage van de maximale tegemoetkoming via de NOW 3.0 opgehoogd. Over de vierde én  de vijfde tranche wordt 85% van de loonkosten aangehouden in plaats van slechts 70% of 60%. U kunt het voorschot voor de vijfde tranche van de NOW 3.0 vanaf 6 mei 2021 aanvragen.

 

Werkwijze NOW-regeling

De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) is bedoeld voor werkgevers die door de coronacrisis kampen met een substantieel omzetverlies. Het percentage voor de tranches onder de NOW 3.0 blijft gelijk aan die van het jaar 2020: alleen met een omzetverlies van minstens 20% komt u in aanmerking voor de NOW 3.0-regeling. De NOW 3.0-regeling bestaat uit drie tranches (tijdvakken) voor de periode van tegemoetkoming in de loonkosten:

  • 1 oktober tot en met 31 december 2020 (derde tranche);
  • 1 januari tot en met 31 maart 2021 (vierde tranche);
  • 1 april tot en met 30 juni 2021 (vijfde tranche).

Loonsom

UWV baseert de berekeningen voor de tegemoetkoming op het sociale verzekeringsloon (SV-loon) van juni 2020. Dit geldt voor alle drie de tijdvakken waarin u een beroep doet op de tegemoetkoming. Geen SV- loon in juni 2020? Dan baseert u de berekening op april 2020.

Daling in de loonsom

Is de loonsom na juni 2020 geleidelijk gedaald? Dan gaat dit niet direct ten koste van de tegemoetkoming. Dit gebeurt pas bij het overschrijden van een drempel van 10% daling. De tegemoetkoming gaat in dat geval omlaag met een bedrag daar op gebaseerd.

Bedrijfseconomisch ontslag

Onder de NOW 3.0 kunt u bedrijfseconomisch ontslag aanvragen bij UWV zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de hoogte van uw NOW-subsidie. De eerdere ‘ontslagboete’ uit de voorgaande NOW 1.0 en NOW 2.0 is vervallen.

Inspanningsverplichting

In plaats daarvan geldt er wél een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun personeel te stimuleren zich te ontwikkelen en bij een einde van de arbeidsovereenkomst te begeleiden naar ander werk. Verloopt een ontslag via UWV Werkbedrijf? Dan bent u verplicht om contact met UWV NOW- helpdesk op te nemen om een korting van 5% op de definitieve tegemoetkoming te voorkomen.

Aanvraag NOW vijfde tranche indienen

Voor het tijdvak van de aankomende/huidige vijfde tranche moet u nog een nieuwe aanvraag indienen bij UWV. Deze aanvraag is vervroegd en kunt u doen vanaf 6 mei tot en met 30 juni 2021 via de website van UWV.

 

Stappenplan WHOA-traject

 

De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) is op 1 januari 2021 van kracht geworden. De WHOA helpt bedrijven die door hoge schulden failliet dreigen te gaan, terwijl ze nog wel levensvatbare bedrijfsactiviteiten hebben. Door schulden te reorganiseren, kunnen deze bedrijven blijven bestaan. Dit whitepaper geeft u een stappenplan van voorbereiding naar akkoord.

WHOA-traject: drie fasen

Fase 1: voorbereiding

De WHOA schrijft vrij gedetailleerd voor hoe u uw akkoord moet vormgeven. Het is belangrijk dat u voorwerk verricht. Dit is een intensief traject. Het is van belang dat u alle gevraagde onderdelen in uw voorstel voorbereidt en opneemt. Daarnaast moet u diverse bijlagen toevoegen.

Fase 2: vervolg

Nadat u uw voorstel heeft afgerond kunt u de startverklaring indienen bij de rechtbank. Dit is niet vereist, maar het biedt de mogelijkheid te vragen om een afkoelingsperiode. Dit betekent dat de rechten van schuldeisers worden bevroren. Dit voorkomt dat nieuwe beslagen worden gelegd en biedt de mogelijkheid beslagen op te heffen. Leg daarnaast uw voorstel formeel voor aan de schuldeisers. Informeer schuldeisers duidelijk en zonder voorbehoud. Zij moeten een keuze kunnen maken aan de hand van uw plan. Let op: de rechter controleert dit scherp. Uw conceptakkoord wordt per klasse aangeboden. Daarna vindt stemming plaats. Is twee derde van het vertegenwoordigd kapitaal akkoord? Dan kan het conceptakkoord definitief worden. De schuldeisers die betrokken zijn in het conceptakkoord hoeven niet allemaal akkoord te gaan voor de werking van het akkoord.

Fase 3: formalisatie

In de derde en laatste fase formaliseert u uw akkoord. Deze fase bestaat uit de volgende stappen:

  • Leg uw conceptakkoord voor aan de rechter.
  • De rechter controleert of aan alle voorwaarden is voldaan. Is dat het geval? Dan bekrachtigt de rechter het akkoord. Dit betekent dat het bindend is voor u en de schuldeisers. Is niet aan alle voorwaarden voldaan? Dan bekrachtigt de rechter uw akkoord niet.
  • De totale doorlooptijd van een WHOA-traject ligt naar verwachting tussen twee weken en acht maanden. De meeste ondernemers doorlopen het traject in twee à drie maanden.

 

Bron: FiscAlert mei 2021 | jrg 27 nr 5 | p.12-15


sparen & beleggen

Help, mijn spaargeld verdampt…

Spaarders teren fors in op hun vermogen door de historische lage spaarrente, de inflatie en, niet te vergeten, de vermogensrendementsheffing. Wat te doen?


Mocht u het nog niet hebben meegekregen: de spaarrente is de laatste jaren flink gekelderd. De rente is zelfs zo laag, dat we soms al moeten betalen om te mogen sparen. Denk niet dat het u niet kan overkomen: banken passen negatieve spaarrentes toe bij steeds lagere bedragen (hoe hoog de rentes en bedragen zijn bij diverse banken ziet u in het kader ‘Overzicht negatieve rente’). Het is dus zaak het maximale uit uw spaargeld te halen. De hamvraag is: hoe doet u dat?

Fiscus
De fiscus gaat er standaard van uit dat u 1,90 tot 5,69 procent rendement behaalt met sparen en beleggen (dit zijn de fictief-rendementspercentages voor 2021). Dat rendement wordt belast tegen het vaste tarief van 31 procent, hetgeen betekent dat van uw zuurverdiende spaarcentjes (althans het deel dat boven het heffingsvrije vermogen ligt) jaarlijks 0,59 tot 1,76 procent naar de schatkist gaat in de vorm van de zogenaamde ‘vermogensrendementsheffing’ — ongeacht het werkelijke resultaat op uw spaarrekening.

Inflatie
En bleef het maar bij de belastingen. U moet ook nog rekening houden met de inflatie, waardoor uw geld minder waard wordt. Een lichte stijging van de prijzen is normaal en economisch gezien zelfs wenselijk. Door de jaren heen is de gemiddelde inflatie in Nederland zo’n 2 procent, door stijgende energieprijzen en gemeentelijke lasten tot duurdere grondstoffen en dagelijkse boodschappen. Door inflatie wordt de koopkracht van het spaargeld elk jaar een beetje minder. Bij een spaarrente van 4 procent houden we nog een beetje koopkracht over, maar als de rente, zoals nu, praktisch nul is (0,01 procent, dat lijkt tenminste nog iets), dan kost ons spaargeld geld. En veel ook, zoals uit dit tabelletje blijkt.
 

Rendement bij een belastingdruk van 1,40%

bruto

box 3

inflatie

netto

4,00%

-1,40%

-2%

0,60%

2,00%

-1,40%

-2%

-1,40%

1,00%

-1,40%

-2%

-2,40%

0,50%

-1,40%

-2%

-2,90%

0,01%

-1,40%

-2%

-3,39%

-0,5%

-1,40%

-2%

-3,90%


Je hebt geen wiskundeknobbel nodig om te zien dat bij een inflatie van 2 procent en een belastingdruk van 1,40 procent de koopkrachtstijging nul is als de rentevergoeding 3,40 procent bedraagt. Geen enkele spaarder krijgt 3,40 procent op zijn spaargeld, dus teren alle spaarders gegarandeerd op hun vermogen in.

Negatieve rente voorkomen
Maar wat kunnen ze dan nog doen? Om te beginnen helpt het al als u uw geld over verschillende rekeningen bij dezelfde bank spreidt. Het geld spreiden over meerdere banken kan natuurlijk ook. En voor spaarders die het geld voor een korte periode niet nodig hebben, valt er meer te halen op een spaardeposito. Zo zijn er op het moment van schrijven spaardeposito’s met een looptijd van 2 jaar die 0,45 procent rente opleveren, en dat is toch 0,95 procent méér dan een negatieve rente van 0,5 procent. Door het depositogarantiestelsel kunt u per rekeninghouder per bank tot 100.000 euro veilig stallen.

Houd niet alleen uw particuliere spaarrekeningen in de gaten, maar vooral ook de zakelijke rekeningen waarvoor vaak sneller en soms hogere negatieve rente worden gerekend. Kijk op www.spaarinformatie.nl voor de actuele spaarrentes voor particulieren. Op www.spaarrente.nl kunt u de spaarrentes van zakelijke en particuliere rekeningen vergelijken.


CONCLUSIE

De meeste mensen sparen voor de lange termijn om de koopkracht van hun vermogen risicoloos in stand te houden. Met de huidige, historisch lage spaarrentes is dat zo goed als onmogelijk, aangezien we op dit moment door inflatie en vermogensrendementsheffing jaarlijks zo’n 3,4% rendement moeten behalen om überhaupt onze koopkracht in stand te houden. Er zijn geen Nederlandse banken meer die dergelijke spaarrentetarieven bieden, dus teren spaarders fors in op hun vermogen en worden ze min of meer gedwongen uit te kijken naar alternatieven.

 

OVERZICHT NEGATIEVE RENTE

Een flink aantal banken in Nederland heeft inmiddels negatieve spaarrentes ingevoerd. Zoals uit de tabel blijkt, verschillen de rentetarieven, grensbedragen en andere voorwaarden onderling soms behoorlijk (percentages eind april 2021 van particuliere rekeningen).

bank

grensbedrag

rente over
saldo onder grensbedrag

negatieve rente
over saldo boven grensbedrag

Nationale-Nederlanden Bank

500.000

0-0,03%

-0,25%

Knab

250.000

0-0,02%

-0,5%

ASN Bank**

100.000

0-0,01%

-0,5%

RegioBank**

100.000

0-0,01%

-0,5%

SNS**

100.000

0-0,01%

-0,5%

Rabobank**

100.000

0,01%

-0,5%

ING**

100.000

0%

-0,5%

Triodos Bank*

100.000

0%

-0,5%

ABN Amro**

150.000

0%

-0,5%

* alle betaal- en spaarrekeningen opgeteld
** per 1 juli 2021

 

ALTERNATIEVEN VOOR SPAREN

Het hoofddoel van sparen — het in stand houden van vermogen — is door de gekelderde spaarrentes in combinatie met de relatief hoge fictieve rendementsheffing in box 3 nogal uit het zicht geraakt, zeker voor grootspaarders die geconfronteerd worden met negatieve spaarrentes die kunnen oplopen tot 0,5%. In dat licht is het niet zo vreemd dat we massaal op zoek zijn naar alternatieven voor sparen. Dit is onze top-5.


1
Stort extra op uw (bank)spaarhypotheek

Heeft u een (bank)spaarhypotheek? Prijs uzelf gelukkig, want die zijn momenteel hun gewicht in goud waard. De rente op de aan de hypotheek gekoppelde kapitaalverzekering of bankspaarrekening is meestal even hoog als de hypotheekrente. Door de extra inleg verhoogt u niet alleen het rendement van uw spaargeld drastisch, u bouwt sneller eindkapitaal op, waardoor u in de toekomst minder hoeft in te leggen en/of de looptijd van de hypotheek kan worden verkort. Bovendien valt dat vermogen buiten box 3, dus u hoeft er geen vermogensrendementsheffing over te betalen. Dat is dus driedubbel voordeel!

Stort nooit zomaar bij. Het bovenstaande gaat vooral op bij hypotheken die een goede aftrekpost opleveren, en er zijn voorwaarden en fiscale beperkingen. Vraag dus altijd vooraf een berekening van de maximaal fiscaal toegestane storting aan uw bank/verzekeraar/tussenpersoon/hypotheekadviseur.


2
Richt een familiebank op

Eén van onze bestsellers. Heeft u spaargeld ‘over’, dan kunt u uw (klein)kind of een ander familielid helpen bij de aanschaf van een eigen huis. De familiebanklening is in veel gevallen fiscaal en financieel voordeliger dan schenken: u ontvangt een leuke rente op uw geld, uw kind kan per saldo voordelig lenen en het mooiste is dat de fiscus aan uw rente meebetaalt!

Meer informatie over deze slimme fiscale ‘wisseltruc’ vindt u op www.fiscalert.nl, zoekterm: ‘familiebank’. Het voordeel van de familiebank berekent u met onze ‘annuïteitencalculator’. Is er geen annuïtaire aflossingsplicht, gebruik dan de ‘familiebankcalculator’. Beide vindt u op www.fiscalert.nl  calculatoren.


3
Investeer in uw eigen huis

U kunt een deel van uw spaargeld ook investeren in de verbetering of het onderhoud van uw woonhuis. Of een schilderbeurt van de gevel. Of investeringen die zichzelf in de loop der jaren terugverdienen door een lagere energierekening, zoals de aanschaf van zonnepanelen, dubbel glas en vloer-, dak- en spouwmuurisolatie. Het geld zit dan weliswaar in de stenen, maar daar staat woongenot en doorgaans een waardestijging van uw woning tegenover.

Op www.milieucentraal.nl ziet u wat energiebesparende maatregelen opleveren. Bovendien krijgt uw huis een energiezuinig(er) label, en ook dat kan de waarde ervan vergroten.


4
Los uw hypotheek af

Als de hypotheek u netto méér kost dan uw spaargeld oplevert, kan het lonen uw hypotheek (deels) af te lossen. De lage spaarrentetarieven van dit moment zouden dus een goede aanleiding kunnen zijn om uw situatie eens van dichtbij te bekijken. Gebruik onze calculator ‘hypotheek aflossen’ om uit te rekenen hoeveel het (deels) aflossen van de hypotheek u oplevert (www.fiscalert.nl  calculatoren). De calculator houdt rekening met de te betalen hypotheekrente, de ontvangen rente over spaargeld, de belastingheffing in box 3 en het eigenwoningforfait. Maak de vergelijking met de rente van een deposito met een looptijd die overeenkomt met de rentevastperiode van uw hypotheek. Bespreek een voornemen om af te lossen altijd met een financieel adviseur. Of bel de Adviesservice van FiscAlert.

LET OP: U stopt uw spaargeld in de stenen, dus u kunt er pas weer bij zodra u uw huis heeft verkocht en verhuisd bent naar een huurwoning of een goedkopere koopwoning. Stop daarom geen geld in een woning als u daar in de toekomst mogelijk nog een andere besteding voor heeft!


5
Ga (meer) beleggen

De meeste mensen doen aan sparen èn beleggen en dat is in de regel ook verstandig. Het rendement is afhankelijk van de verhouding tussen beide. Dat geldt ook voor het risico. Heeft u flink wat spaargeld en kunt u wat meer risico lopen met uw vermogen? Overweeg dan wat meer naar de beleggingskant te schuiven. Maar vraag uzelf wel een paar zaken af, zoals: Waar heeft u het geld straks voor nodig, uw pensioen, de studie van de kinderen of zomaar? Wat is uw beleggingshorizon? Heeft u beleggingservaring en, niet onbelangrijk, ligt u — of, erger nog, uw wederhelft — wakker van dalende koersen? Kortom, bepaal eerst uw persoonlijke risicoprofiel met behulp van onze Risicoprofieltest (www.fiscalert.nl calculatoren).

Een goede beleggingsportefeuille samenstellen is minder lastig dan het lijkt, zolang u zich aan de basisregels houdt. Lees daarvoor de artikelen ‘25 basisregels bij beleggen’ en ‘Beleggen als een voetbalcoach’ (FiscAlert mei 2020, jrg 26 nr 5, p.20-23 respectievelijk mei 2021, jrg 27 nr 5, p.26-29, online op www.fiscalert.nl sparen & beleggen).

NIEUW: digitale check of overledene testament had

Bij het Centraal Testamenten Register worden alle in Nederland verleden testamenten geregistreerd. Als u wilt weten of een overledene een testament heeft gemaakt kunt u gratis contact opnemen met het Centraal Testamentenregister (CTR). In het CTR staat wie een testament heeft opgemaakt, op welke datum en bij welke notaris. Navragen of een overledene een testament had, moest altijd schriftelijk maar kan in de meeste gevallen nu ook digitaal. Personen die voor 1976 zijn overleden, niet in Nederland wonen of in het buitenland zijn overleden, staan niet in de online applicatie. Deze aanvragen moeten schriftelijk worden ingediend. Voor de inhoud van het testament kunt u vervolgens contact opnemen met de betreffende notaris.

Ga voor het raadplegen van het CTR en voor meer informatie naar www.notaris.nl/bij-overlijden/centraal-testamentenregister. Wie toch liever een schriftelijke aanvraag doet, vindt daar ook het aanvraagformulier.

 

Lagere WOZ-waarde? Geef ’m door!

Als u in het verleden bezwaar heeft gemaakt tegen de hoogte van uw WOZ-waarde en de gemeente uw WOZ-waarde heeft verlaagd, moet u zelf die lagere waarde doorgeven aan de Belastingdienst. Dat kan schriftelijk (het adres vindt u op de aanslag), maar u kunt dat ook doen door uw IB-aangifte te corrigeren en opnieuw in te dienen. Daarna zal de Belastingdienst uw aanslag(en) inkomstenbelasting aanpassen en ontvangt u het te veel betaalde terug. Maar u moet wel zelf in actie komen!

 

De nieuwe btw-regels voor e-commerce

Publicatiedatum: 26-05-2021

Wanneer krijg je met de nieuwe btw-regels te maken?
Je krijgt met de nieuwe btw-regels te maken als je producten verkoopt via het internet aan consumenten of niet-ondernemers (klanten zonder btw-identificatienummer) in een ander EU-land. Dit zijn niet alleen webshopverkopen maar alle grensoverschrijdende verkopen van goederen aan deze klanten, waarbij de goederen door of voor rekening van de verkoper van de ene naar het andere EU-land worden vervoerd, de zogenoemde afstandsverkopen. De goederen kunnen zowel van binnen als van buiten de EU afkomstig zijn. De nieuwe regels gelden ook voor de elektronische diensten die je via het internet verricht aan genoemde afnemers in andere EU-lidstaten, zoals software, muziek, e.d. Deze diensten worden nu al belast in het bestemmingsland. Vanaf 1 juli 2021 worden zowel de genoemde leveringen als diensten belast in het bestemmingsland naar het daar geldende btw-tarief.

Uitzondering
Ben je alleen in Nederland (of in één ander EU-land) gevestigd en is je totale grensoverschrijdende jaaromzet (leveringen én diensten) minder dan € 10.000, dan blijf je voor de afstandsverkopen btw-plichtig in Nederland (het land waar vandaan de goederen worden verzonden). De € 10.000-drempel geldt op jaarbasis, waarbij de drempel ook € 10.000 is voor de periode van 1 juli t/m 31 december 2021; in 2021 is de drempel dus niet de helft (€ 5.000). De bestaande afstandsverkopendrempels (in de meeste EU-landen € 35.000) vervallen per 1 juli 2021. Heb je op 1 juli a.s. de bestaande afstandsverkopendrempels nog niet overschreden, dan begin je vanaf 1 juli 2021 te tellen, totdat je met jouw omzet aan consumenten (of niet-ondernemers) naar andere EU-landen de € 10.000-grens overschrijdt. Vanaf dat moment ben je btw verschuldigd in het bestemmingsland. Zo staat het althans op de website van de Belastingdienst. Maar volgens de wettelijke regeling zijn je afstandsverkopen en diensten direct vanaf 1 juli 2021 al belast in het andere EU-land als in 2020 al de drempel van € 10.000 was overschreden. Je moet je dan daar registreren en btw-aangifte doen en betalen. Maar je kunt ook kiezen voor het nieuwe éénloketsysteem: de One Stop Shop-regeling (OSS-regeling).

Het éénloketsysteem: OSS-regeling
Je moet je in beginsel registreren en btw-aangifte doen in elk EU-land waar je goederen levert of diensten verricht aan consumenten (niet ondernemers). Je kunt dit voorkomen door je aan te melden voor de OSS-regeling in het land waar je gevestigd bent. Dit kan al sinds 1 april 2021. Dit systeem vervangt de huidige MOSS-regeling, die tot 1 juli 2021 alleen wordt gebruikt voor digitale diensten. Je voldoet dan de buitenlandse btw over de afstandsverkopen en diensten in andere EU-landen aan de Nederlandse Belastingdienst. Registratie en btw-aangifte doen in andere EU-landen is dan niet nodig. Als je vanaf 1 juli 2021 direct gebruik wilt maken van de OSS-regeling, dan moet je je vóór 1 juli a.s. hiervoor hebben aangemeld.
Er komt per 1 juli 2021 ook een éénloketsysteem voor afstandsverkopen van buiten naar binnen de EU met een maximale waarde van € 150: de Invoerregeling One Stop Shop-regeling (iOSS-regeling). Het voert te ver om hier nu op in te gaan. Wil je hierover meer weten, bel of mail ons dan.

De OSS biedt geen oplossing voor alle situaties
Zo op het eerste gezicht lijkt de nieuwe OSS-regeling voor veel ondernemers een uitkomst en een makkelijke oplossing. Maar, schijn bedriegt! Voor veel ondernemers zal de nieuwe regeling tot extra moeilijkheden/uitdagingen leiden, omdat de OSS lang niet alle situaties dekt. Ook is het van belang bij de keuze voor de OSS, om het verleden goed te hebben geregeld. Een buitenlandse belastingdienst kan daar immers vragen over gaan stellen.
Zonder een goede inventarisatie en afweging vooraf, zal een keuze voor de OSS, achteraf nog wel eens tot onverwachte en ongewenste verrassingen kunnen leiden, waarbij de kosten hoger zijn dan voorheen. Kortom, welke keuze je ook maakt, een goed doordachte afweging op basis van feiten en omstandigheden, waarbij je zowel het verleden, heden en de toekomst meeweegt, is heel erg nodig.

Bereid je voor
Om je op de nieuwe btw-regels voor te bereiden doe je er verstandig aan om eerst jouw goederenstromen per EU-land in kaart te brengen en ook wie daarbij betrokken zijn. Betrek daarbij ook hoe je dit in de toekomst wilt doen. Zo kan je bepalen of de OSS-regeling (of iOSS-regeling) voor jou een optie is. Heb je alles in kaart, dan kan je ook je administratie, website en facturen aanpassen.

Bron: Bolk en de Bekker

DGA

Houd ingangsdatum ODV in het oog

U heeft mogelijk uw pensioen in eigen beheer omgezet in een oudedagsverplichting (ODV) bij uw bv. De ODVuitkeringen moeten ingaan op de dag dat u de AOWgerechtigde leeftijd bereikt. Vervolgens moet een eenmaal ingegane uitkering jaarlijks worden herzien. Deze herziening vindt precies een jaar later plaats dan de dag waarop de uitkering is ingegaan. Deze ‘ODV-verjaardag’ valt dus niet per se samen met de aanvang van het nieuwe boekjaar (vaak 1 januari) van uw bv. Terwijl dat praktisch gezien natuurlijk wel de meest voor de hand liggende datum is om de herziening door te voeren. Gelukkig is het mogelijk om de ingangsdatum van de uitkeringen te vervroegen tot maximaal 5 jaar voor de AOW-leeftijd. Tip Houd uw AOW-leeftijd in het oog; u kunt dan makkelijk de ingangsdatum van uw ODV-uitkeringen sturen.

DGA

AOW-leeftijd ook relevant bij extern onderbrengen ODV-kapitaal

Er zijn een heleboel redenen te bedenken waarom u uw ODV-kapitaal zou willen onderbrengen bij een externe partij. U wilt bijvoorbeeld op termijn uw bv liquideren. Belangrijk om te weten is dat u, in het geval u uw ODVkapitaal buiten de bv wilt onderbrengen, verplicht bent om dat kapitaal te storten in een lijfrente (verzekerd of bancair). Qua uitkeringen zijn de regels voor een lijfrente flexibeler dan die voor een ODV. Bedenk wel dat de uiterste ingangsdatum van een lijfrente-uitkering vijf jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd ligt. Voor die datum moet dan ook het ODV-kapitaal extern zijn ondergebracht. Tip Houd uw AOW-leeftijd scherp in het vizier. U kunt er dan voor zorgen dat u tijdig stappen onderneemt om uw ODV-kapitaal extern onder te brengen.

DGA

Nieuwe regels stichtingen en verengingen

Zet u zich als bestuurslid in voor een vereniging of stichting? Dan moet u weten dat er per 1 juli a.s. wijzigingen in het bestuur en toezicht worden doorgevoerd. De meest in het oog springende wijziging betreft uw aansprakelijkheid. Het uitgangspunt wordt dat elk bestuurslid (commissaris) altijd het belang van de vereniging (stichting etc.) dient. Deze taakstelling is vastgelegd in een specifieke wettelijke bepaling. Als dat niet gebeurt en er gaat iets mis, is elk bestuurslid (commissaris) persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dus dat niet alleen het bestuurslid (commissaris) dat (die) zich niet aan de regels heeft gehouden aansprakelijk is, maar ook de andere bestuurders (commissarissen). Daarnaast gelden de regels voor bestuurders van rechtspersonen in faillissement vanaf 1 juli 2021 ook voor bestuurders van verenigingen, stichtingen en coöperaties. Bij faillissement kan de curator u als bestuurder aansprakelijk stellen voor het tekort in faillissement als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hiervan is onder meer sprake als uw vereniging (stichting etc.) niet voldoet aan de administratieverplichtingen. Enkele andere belangrijke wijzigingen • Heeft u als bestuurder/commissaris bij een bepaald onderwerp een persoonlijk tegenstrijdig belang met het belang van de vereniging, stichting of coöperatie? In dat geval kunt u niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming daarover; • Het meervoudig stemrecht binnen het bestuur wordt beperkt, waardoor één bestuurder nooit alle zeggenschap heeft. Moeten de statuten worden aangepast? De nieuwe regelgeving kent een overgangstermijn, waarbij bepaalde nieuwe regels mogen worden meegenomen bij de eerstvolgende statutenwijziging. Dat kan dus binnenkort zijn, maar ook pas over een paar jaar. Dit neemt niet weg dat u moet beoordelen of de statuten aan de nieuwe regels voldoen. Is dit niet het geval, dan moeten de statuten uiterlijk 5 jaar na inwerkingtreding (1 juli 2021) van de nieuwe regels worden aangepast. Als de statuten daar niet (tijdig) aan voldoen, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor u als bestuurslid. Begin dus op tijd! Controleer de statuten van uw vereniging of stichting, maak goede heldere afspraken en leg deze goed vast. Zo beperkt u de risico’s voor u als bestuurder! Tip Uw vereniging of stichting doet er verstandig aan om met de wijzigingen aan de slag te gaan, zodat u met een gerust hart uw bestuurswerk kunt voortzetten.

 

 

 

 

Dit zijn de steunmaatregelen per 1 juli 2021

 

Het steunpakket wordt in het derde kwartaal van 2021 doorgetrokken. Daarnaast komt het kabinet met extra maatregelen om bedrijven te steunen met hun groeiende schuldenlast. Zo telt de TVL toch niet meer mee voor de omzetbepaling bij loonsteun NOW en wordt het terugbetalen van belastingschuld een jaar uitgesteld.

NOW 4: 6e periode NOW

Er komt een zesde periode voor loonsteun NOW. Een onderneming moet minimaal 20 procent omzetverlies hebben om in aanmerking te komen voor de subsidie. De loonsom mag maximaal tien procent dalen, maar een eventuele daling heeft ook gevolgen voor de hoogte van de steun bij de definitieve vaststelling. De steun is gerelateerd aan het omzetverlies en bedraagt maximaal 85 procent van de loonsom. In de nieuwe periode van de NOW, juli tot en met september 2021, wordt de referentiemaand februari 2021.

De huidige NOW (vijfde periode) kan nog tot en met 30 juni worden aangevraagd bij het UWV. Dat gaat om het tijdvak 1 april tot en met 30 juni.

>> Lees meer over de regels die gelden voor de vijfde periode in: Zo werkt het noodfonds overbrugging werkbehoud (NOW 3)

Verlenging TVL, loskoppeling NOW

Ook de tegemoetkoming vaste lasten wordt niet versoberd of stopgezet en komt er een derde kwartaal voor de subsidie. Om starters, groeiende bedrijven en bedrijven die in de knel zijn gekomen met de reguliere referentieperiode beter te ondersteunen, hebben bedrijven vanaf het tweede kwartaal de keuze tussen twee referentieperioden voor de TVL. Aanvullend daarop gaat het subsidieplafond voor grote bedrijven in de TVL naar 1,2 miljoen euro, voor het tweede kwartaal.

De maximale vergoeding van de vaste lasten bedraagt nu 100 procent. Daarnaast is het minimale drempelbedrag dit jaar verlaagd naar 1500 euro. De maximale vergoeding bedraagt 550.000 euro per tijdvak (voor mkb-bedrijven) of 600.000 euro (voor niet-mkb).

Nieuw is dat de TVL voor subsidieperioden van de NOW 3 (sinds oktober 2020) niet meer meetelt voor de omzet. Uitvoerder RVO merkte eerder op dat de verruimde TVL ervoor zorgde dat deze koppeling grote gevolgen kan hebben voor loonsubsidie NOW. Om ondernemers een extra duwtje in de rug te geven, trekt het kabinet 1,5 miljard euro uit om de subsidies los te koppelen.

Terugbetalen belastingschuld: later, langer, soepeler

Er komt een jaar uitstel voor het terugbetalen van opgebouwde belastingschulden. Ondernemers zouden daar op 1 oktober 2021 mee moeten starten, maar dat wordt nu 1 oktober 2022. Ook de terugbetaaltermijn wordt verlengd, van drie naar vijf jaar en de voorwaarden worden versoepeld. De invorderingsrente, een prikkel om belastingschulden op tijd te betalen, gaat stapsgewijs naar het oude niveau. Dit betekent dat op 1 januari 2022 het percentage invorderingsrente op 1 procent in plaats van 4 procent wordt vastgesteld, en vervolgens stapsgewijs omhoog gaat tot 4 procent op 1 januari 2024.

De Belastingdienst roept verder ondernemers nog steeds op om vóór 30 juni uitstel aan te vragen, zodat ze in aanmerking komen voor het langere terugbetalingstraject en niet de schuld in één keer hoeven te betalen.

Daarnaast wordt de terugbetaaltermijn wordt verlengd. Hier vroegen ondernemersorganisaties al langer voor. Ook de NBA adviseerde de termijn te verlengen naar vijf jaar. Zoals het er nu naar uitziet, gaat het kabinet daarin mee en betalen bedrijven in maandelijkse termijnen over een periode van maximaal vijf jaar terug, in plaats van de 36 maanden die nu worden genoemd.

>> Voor het aanvragen van uitstel (nu nog mogelijk tot 30 juni 2021): Zo vraagt u uitstel van betaling aan bij de Belastingdienst

TOA: Doorstartkrediet

Het kabinet heeft 200 miljoen euro uitgetrokken voor mkb’s die herstarten of de bedrijfsactiviteiten aanpassen na een akkoord met schuldeisers onder faillissementswet WHOA, de Time Out Arrangement (TOA). Dit is bedoeld om bedrijven te helpen levensvatbare activiteiten op te starten als de crisis voorbij is. Het gaat hierbij om kredietverstrekking met een looptijd van tot ongeveer 10 jaar en gemiddelde bedragen tussen de 75.000 en 100.000 euro. Het verstrekken ervan is belegd bij Qredits.

Tozo 5: aanvragen tot 1 oktober

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) wordt verlengd tot 1 oktober 2021. De voorwaarden ervan veranderen niet. De kaders voor terugbetaling van de lening bedrijfskapitaal worden volgens het kabinet versoepeld. Er zou worden gestart met terugbetalen van de Tozo-lening voor bedrijfskapitaal vanaf 1 juli 2021, maar dat wordt uitgesteld naar 1 januari 2022. In die zes maanden wordt geen rente opgebouwd en wordt de looptijd van 42 maanden verlengd naar 60 maanden.

Overige maatregelen

  • De kredietgarantieregelingen, zoals de BMKB-C, KKC, GO-C en de regeling Overbruggingskredieten via Qredits worden verlengd tot en met 31 december 2021.
  • De overheid stopt na 30 juni met de garantieregeling herverzekering van leverancierskredieten. Dankzij de gunstige economische vooruitzichten is de regeling niet meer nodig. De verzekeraars zullen ook zonder garantie van de Nederlandse staat, op basis van een gedegen risicoanalyse, dekking blijven bieden
  • Het steunpakket voor cultuur en de creatieve industrie wordt in het derde kwartaal van 2021 voortgezet, zodat de culturele infrastructuur overeind blijft en banen behouden blijven. Voor directe steun aan culturele en creatieve zelfstandigen is 25 miljoen euro beschikbaar en voor BIS- en erfgoedwetinstellingen 45 miljoen euro. Voor leningen aan opengestelde monumenten is een extra bedrag van 25,75 miljoen euro beschikbaar.
  • De in het eerste en tweede kwartaal geldende steunmaatregelen voor de sport en de land- en tuinbouw zullen in principe met één kwartaal verlengd worden.
  • Voor dierentuinen trekt het kabinet 42,5 miljoen euro uit voor de periode dat zij nog gesloten waren in het tweede kwartaal van 2021. Het bedrag is voor doorlopende kosten, zoals verzorging van de dieren. Dierentuinen zijn inmiddels weer open, met inachtneming van de nodige maatregelen.
  • Het kabinet heeft uitgebreid gekeken naar aanvullende mogelijkheden voor het groot(winkel)bedrijf. Alles overziend kiest het kabinet ervoor geen aparte subsidieregeling hiervoor in te voeren. Een nieuwe regeling is complex in de uitvoering en erg ongericht. Om faillissementen van levensvatbare grote bedrijven te voorkomen, blijft maatwerksteun de beste optie.

 

Verder uitstel van betaling belastingschulden tot 1 oktober 2022

 

 

Het kabinet verlengt het uitstel van betaling voor belastingen tot 1 oktober 2022. Het kabinet verlengt de regeling voor bijzonder uitstel van betaling vanwege de voortdurende coronacrisis.

Om ondernemers een adempauze te geven op het moment dat de economie weer van het slot gaat, wordt de datum waarop zij uiterlijk moeten starten met het aflossen van de opgebouwde belastingschuld verplaatst van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. Daarmee krijgen ondernemers extra de tijd om te herstellen en zich voor te bereiden op de aflossingsverplichting. Vanaf het moment dat de nieuw opkomende belastingverplichtingen moeten worden hervat, namelijk vanaf 1 juli 2021, hebben ze immers 15 maanden de tijd voor ze beginnen met het aflossen
van hun opgebouwde belastingschuld.

Betalingstermijn van 60 maanden

Het kabinet verlengt de aflossingstermijn van de opgebouwde belastingschulden van 36 naar 60 maanden. Hierdoor worden de maandelijkse termijnbedragen lager en is er meer financiële ruimte over om de continuïteit van de onderneming te borgen en noodzakelijke investeringen te kunnen doen. Deze maatregel betekent dat bedrijven, in combinatie met de latere startdatum, hun laatste
aflossing pas in 2027 hoeven te doen. Daarmee krijgen bedrijven ruim de tijd hiervoor. Eerder afbetalen kan altijd.

Lees ook: Zo vraagt u uitstel van betaling aan bij de Belastingdienst

Geen kwijtscheldingen van schulden

Het kabinet kiest niet voor het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van de belastingschuld. Dat zou niet eerlijk zijn omdat niet alle ondernemers al in 2020 uitstel van betaling hebben gevraagd. Zij zouden dus niet profiteren van kwijtschelding, terwijl ondernemers met een hoge schuld die achteraf niet of maar een beetje zijn geraakt door corona dat soms wel zouden krijgen. Bovendien blijkt dat veel bedrijven het afgelopen jaar de belastingschuld al (deels) terug konden betalen.

Uitstel alleen voor bestaande schulden

Het kabinet heeft gekeken of verdere versoepelingen in het uitstelbeleid van belastingschulden nodig zijn. Zo gaan levensvatbare ondernemers niet onnodig failliet. Maar zo’n regeling moet wel uitvoerbaar zijn voor de Belastingdienst. De duur van het uitstel van betaling is al een paar keer verlengd. Het is de verwachting dat de economie per 1 juli 2021 grotendeels weer open is. Als de beperkende maatregelen grotendeels ten einde komen, zullen bedrijven hun nieuwe betalingsverplichtingen naar verwachting wel weer kunnen voldoen uit de omzet die zij dan hebben. De meeste belastingen ademen immers mee met de economie: als een ondernemer minder omzet of winst behaalt, is minder belasting verschuldigd. Bovendien is het van belang dat schulden niet verder oplopen dan noodzakelijk, om problematische schuldsituaties te voorkomen. Het kabinet houdt daarom de datum van 1 juli 2021 aan als het moment waarop ondernemers weer de normale belastingen gaan betalen.

Voor de loonbelasting betekent dit dat de belasting over het laatste belastingtijdvak voor 1 juli 2021 tijdig moet worden voldaan. Het tijdig voldoen aan de nieuw opkomende verplichtingen is een voorwaarde voor het recht op de betalingsregeling.

Lees ook: Corona: dit zijn de financiële regelingen voor ondernemers, bedrijven en zzp’ers (update)

Invorderingsrente terug naar 4 procent

Als iemand zijn belastingaanslag niet op tijd betaalt. wordt invorderingsrente in rekening gebracht. Sinds 23 maart 2020 is het percentage invorderingsrente op vrijwel nihil (0,01 procent) gesteld. Hierdoor worden ondernemers niet geconfronteerd met hoge rentes over hun schulden. Maar nu we langzaam terug gaan naar normaal veert de normale invorderingsrente per 1 januari 2022 terug naar 4 procent. Zo blijft er een prikkel bestaan om terug te betalen. Maar verhoging van de invorderingsrente naar 4 procent per 1 januari 2022 drukt zwaar op ondernemers die gebruikmaken van uitstel van betaling. Terwijl het kabinet ondernemers juist ruimt wil geven om de situatie binnen hun onderneming te verbeteren zonder dat zij worden geconfronteerd met een hoge rentelast. Om deze ondernemers tegemoet te komen en gelijktijdig de prikkel om belastingschulden (tijdig) te voldoen te laten herleven, kiest het kabinet voor stapsgewijze verhoging van het percentage invorderingsrente in plaats van dit in één keer te laten terugveren naar 4 procent.

Dit betekent dat op 1 januari 2022 het percentage invorderingsrente niet op 4 procent wordt vastgesteld, maar op 1 procent. Op 1 juli 2022 wordt de rente verhoogd naar 2 procent.
Vervolgens wordt de rente jaarlijks verhoogd met één procentpunt naar het gebruikelijke tarief van 4 procent. Dat betekent dat de rente op 1 januari 2023 op 3 procent wordt vastgesteld en vervolgens op 1 januari 2024 op 4 procent.

 

 

 

Check uw verzekeringen!

Voor elke verzekering zou het uitgangspunt moeten zijn: dek alleen die risico’s af die u zelf niet kunt (of wilt) dragen. Neem eens goed uw lopende verzekeringen door en maak een overzicht van alles waarvoor u op dit moment verzekerd bent. Bepaal vervolgens wat echt nodig is en waar een streep door kan. En check ook meteen of het niet goedkoper kan. U zult zien dat het loont!

Vergelijkingssites als www.independer.nlwww.hoyhoy.nl en www.consumentenbond.nl zijn goede instrumenten ter oriëntatie, om verzekeringen te vergelijken en om ze af te sluiten.

Kwart laat geld liggen bij verdeling in aangifte

Een kwart van de belastingplichtigen die dezer dagen zijn aangifte voor de inkomstenbelasting doet, betaalt meer belasting dan nodig is. Het gaat om een gemiddelde besparing van ruim € 200, met uitschieters naar soms wel € 500 zo blijkt uit cijfers van de Bond voor Belastingbetalers. De Bond haalt deze cijfers uit hun aangiftecheck, een tool waarmee kan worden beoordeeld of de meest optimale verdeling is gekozen. In de Tweede Kamer zijn hierover vragen gesteld aan staatssecretaris Vijlbrief van Financiën. 'Het is voor de Belastingdienst niet mogelijk om te onderzoeken in welke individuele situaties sprake is van een optimale toedeling', aldus Vijlbrief in een brief aan de Tweede Kamer. Als reden noemt hij dat fiscaal partners hun zaken soms gescheiden willen houden en het feit dat de verdeling ook effect heft op toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen.

Ons devies: laat geen belastinggeld liggen. Lees ook ons artikel 'Haal alles uit uw belastingen!'. Verdeel vermogen, saldo eigen woning en aftrekposten optimaal met behulp van ons 'Stappenplan slim verdelen'. Let op: Aanpassen van de verdeling kan in de regel alleen gedurende de eerste zes weken na dagtekening van de aanslag. Als één van de fiscaal partners geen aangifte heeft gedaan en dus geen aanslag heeft gekregen, kan aanpassen nog tot vijf belastingjaren terug. In 2021 zijn dat dus de jaren 2016 t/m 2020.

 

 

Bron: Fiscalert

 

Past deze lening in mijn persoonlijke budget?

De Risicometer Lenen van het Nibud is vernieuwd en opnieuw gelanceerd. Met de tool krijgen gebruikers inzicht in de gevolgen van een lening voor hun financiële situatie.

Waar andere online tools laten zien wat iemand feitelijk kan lenen, laat de Risicometer Lenen van het Nibud zien of de lening ook daadwerkelijk in de persoonlijke financiële situatie past. Het Nibud vindt het belangrijk dat mensen weten wat de financiële gevolgen zijn van een lening. De Risicometer Lenen stimuleert verantwoord lenen doordat gebruikers snel en gemakkelijk inzicht krijgen in wat een lening betekent voor hun portemonnee, zodat zij achteraf niet voor verrassingen komen te staan.

Naar de Risicometer Lenen

Herintroductie

Het Nibud introduceerde Risicometer Lenen al eens in 2009, maar na een aantal jaren afwezigheid is de tool nu volledig vernieuwd. Ook de nieuwe aangescherpte leennormen die per 1 april 2021 ingingen, zijn in de tool verwerkt. Het Nibud herintroduceerde de Risicometer Lenen in samenwerking met Independer; de vergelijkingssite draagt graag bij aan verantwoord lenen.

Aangescherpte leennormen

Voor het Nibud is het belangrijk dat een consument na het afsluiten van een consumptief of hypothecair krediet voldoende ruimte overhoudt om alle andere kosten voor levensonderhoud te kunnen betalen. Voor de nieuwe gedragscode Consumptief Krediet van 2021 heeft het Nibud daarom geadviseerd om beter rekening te houden met uitgaven van huishoudens waar nu nog geen rekening mee werd gehouden, zoals bijvoorbeeld de kosten van kinderopvang, waardoor sommige huishoudens straks minder ruimte overhouden voor een lening.

 

 

Geld lenen aan een ander

Leent u wel eens geld aan familie of vrienden of is u dat gevraagd? Vaak gaat dit goed, maar het kan gebeuren dat u het geleende bedrag niet meer terugkrijgt. Bovendien helpt u de ander niet altijd door een lening te verstrekken.

Waar moet u op letten als u geld uitleent? Hoe kunt u het beste helpen? Belangrijk is te weten waarom iemand van u wil lenen. Gaat het om de aankoop van een huis voor uw kinderen of een startend bedrijf? Of voor iemand die moeilijk rond kan komen of al schulden heeft? Dat laatste brengt meer risico met zich mee.

Weigeren kan lastig zijn

Hoe beter u iemand kent, hoe moeilijker het is om een verzoek om geld te weigeren. Toch kunt u soms door een lening te weigeren iemand helpen. Bijvoorbeeld door samen te kijken naar een andere oplossing.

 

Hoe kunt u helpen?

Het is belangrijk om duidelijk te krijgen waar het geld voor nodig is en of degene de lening kan terug betalen. Vraag of u ook op een andere manier kunt helpen. Een lening kan een aanwijzing van grotere problemen zijn. Vaak is een lening slechts een tijdelijke oplossing. Probeer het gesprek te starten door te vragen hoe de financiële situatie verder is. U kunt ondersteunen op de volgende manieren:

  • Maak samen een overzicht. Dit is de eerste stap in het krijgen van inzicht. Als hulpmiddel kunt u hiervoor het Persoonlijk Budgetadvies gebruiken;
  • Biedt hulp bij het op orde brengen van de administratie;
  • Vraag u zelf af waarom iemand bij u wil lenen en niet bij de bank;
  • Leen geen extra geld als iemand al schulden heeft. Help iemand op weg door hen te verwijzen naar de schuldhulpverlening. Ga eventueel mee naar een eerste gesprek. Kijk voor meer informatie ook op zelfjeschuldenregelen.nl.

 

Als u niet wilt lenen

Natuurlijk wilt u graag uw familielid of bekende helpen. U wilt ruzies, financiële problemen bij de ander of loonbeslag voorkomen. Vaak helpt u iemand door juist géén geld te lenen. Lenen is vaak een tijdelijke oplossing. De oorzaak wordt niet weggenomen. Het Nibud raadt lenen aan een ander af als er sprake is van financiële problemen. Dit omdat:

  • Er altijd een risico is dat de lening niet wordt terugbetaald. Wat betekent dit voor u? Kunt u het geld echt missen? Of is er een kans dat u zelf in de financiële problemen komt?
  • Een lening vaak slechts (tijdelijk) een deel van het probleem oplost;
  • Bij het niet nakomen van afspraken er spanningen tussen u en uw bekende kunnen ontstaan;
  • Een onderhandse lening (een lening zonder tussenkomst van een bank) vaak niet kan worden meegenomen in een schuldsanering. Dat betekent dat u uw geld kwijt bent.

 

Als u wel wilt lenen

U spreekt samen af hoe en wanneer en of er rente en aflossing moet worden betaald. Bij grotere bedragen is het verstandig deze afspraken vast te leggen in een schuldbekentenis of een notariële akte.

Schuldbekentenis

Dit is een verklaring waarin u de afspraken opschrijft. Ook voor kleinere bedragen is een schuldbekentenis handig. Dat kan ook via een mailtje, appje of SMS. Denk ook aan een ontvangstbewijs of een bewijs van storting van het geld. Beide partijen moeten de schuldbekentenis ondertekenen. In een schuldbekentenis neemt u het volgende op:

  • Datum
  • Naam en adres van degene die het geld uitleent
  • Naam en adres van degene die het geld leent
  • Bedrag in cijfers én letters
  • Termijnen van terugbetaling
  • Handtekening van beiden

U kunt eventueel onderstaand voorbeeld-document gebruiken en met uw eigen gegevens aanvullen.

 

Download hier het voorbeeld van een schuldbekentenis (word)

Notariële akte

Als u een grote som geld uitleent, bijvoorbeeld voor de aankoop van een huis, is het van belang dat u dit vastlegt bij de notaris. Dit kan belastingvoordeel opleveren. Zowel voor u als voor de ontvanger. Denk bijvoorbeeld aan hypotheekrenteaftrek.

Naast lenen kunt u ook denken aan schenken. Kijk voor meer informatie op notaris.nl:

 

 

Notaris.nl, schenken erven en nalaten

 

Bron: Nibud

 

 

 

Wetswijzigingen voor zzp'ers per 1 juli 2021

Vanaf 1 juli 2021 krijg je te maken met nieuwe wetten en regels. Geen ongevraagde verkooptelefoontjes meer, een betere onderhandelingspositie over het gebruik van jouw teksten en veiliger btw-aangifte doen. De belangrijkste wetswijzigingen voor zzp’ers op een rij.

  1. Geen ongevraagde telefonische verkoop meer
  2. Alle rechtspersonen dezelfde regels voor bestuur en toezicht
  3. Betrouwbaarheidsniveau EH1 van eHerkenning stopt
  4. Auteursrecht

1. Geen ongevraagde telefonische verkoop meer

Krijg jij weleens ongevraagde verkooptelefoontjes? Dat is vanaf 1 juli verleden tijd. Bedrijven moeten consumenten en ondernemers zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een eenmanszaak, om toestemming vragen.

Word jij als zzp’er ingehuurd om klanten te bellen? Dan moet dit, als het om consumenten of bedrijven zonder rechtspersoonlijkheid gaat, van te voren gevraagd zijn. Als een potentiële klant openstaat voor een telefoongesprek moet je met nummerherkenning bellen. Bedrijven met rechtspersoonlijkheid mag je zonder toestemming bellen mits je nummerherkenning aanstaat. Bestaande klanten mag je voor een bepaalde periode zonder toestemming bellen. Hiervoor is nog geen wettelijke termijn bepaald.

2. Alle rechtspersonen dezelfde regels voor bestuur en toezicht

Veel zzp’ers kiezen bij de start van hun bedrijf voor een eenmanszaak. Deze rechtsvorm heeft lage opstartkosten en belastingvoordelen voor starters. Om meerdere redenen, bijvoorbeeld omdat je gaat samen werken met andere ondernemers, kun je ervoor kiezen om de rechtsvorm te wijzigen. Als je kiest voor een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid word je bestuurder of toezichthouder van je bedrijf en ben je persoonlijk minder aansprakelijk.

De regels over de taken, het stemrecht en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders verschillen per rechtspersoon. Vanaf 1 juli zijn de regels voor alle rechtspersonen hetzelfde. Wanneer je de regels niet naleeft kun je persoonlijk toch aansprakelijk worden gesteld.

3. Betrouwbaarheidsniveau EH1 van eHerkenning stopt

Ben je een zzp’er met een eenmanszaak? Dan krijg je misschien met eHerkenning te maken, de digitale sleutel voor ondernemers en de overheid. Alle bedrijven met uitzondering van eenmanszaken, doen al btw-aangifte met behulp van eHerkenning. Ook andere overheidsorganisaties vragen ondernemers gebruik te maken van dit inlogsysteem om zaken te regelen. Dit geldt soms ook voor een eenmanszaak. Bijvoorbeeld als je bij de gemeente een parkeervergunning voor je bedrijfsauto aanvraagt.

Met e-Herkenning is inloggen veilig. Op die manier weten organisaties zeker wie je bent. Daarnaast geeft het jou extra zekerheid dat de site waar je inlogt betrouwbaar en veilig is. Vanwege strengere eisen wordt het laagste betrouwbaarheidsniveau van het inlogsysteem, EH1, stopgezetLeveranciers van eHerkenningsmiddelen informeren ondernemers over het stopzetten en upgraden van EH1.

4. Auteursrecht

Vanaf 7 juni gelden nieuwe Europese regels over het auteursrecht. Deze regels zijn een aanvulling op bestaande regels en geven jou een betere onderhandelingspositie. Als jij als zzp’er wordt ingehuurd om bijvoorbeeld teksten te schrijven heb jij het auteursrecht tenzij je de rechten overdraagt. Behoud je je rechten dan moet de opdrachtgever jou verplicht op de hoogte houden waar jouw teksten geplaatst worden en je hiervoor een vergoeding geven.

Meer weten over aankomende wetswijzigingen? Bekijk alle wetswijzigingen en nieuwe regels op Ondernemersplein.nl.

 

Kabinet wil met terugwerkende kracht van investeringsregeling af

 

De redactie -  31 mei 2021

Het kabinet wil de veelbesproken BIK-regeling, waarmee investeringen door bedrijven gestimuleerd werden, intrekken.

De Europese Commissie heeft tijdens een "informeel overleg" gewaarschuwd dat de regeling aangemerkt zou kunnen worden als ongeoorloofde staatssteun, meldt het ministerie van Financiën. In plaats daarvan wil het kabinet nu de premies voor het Algemeen werkloosheidsfonds verlagen, zodat er alsnog meer ruimte komt om te investeren.

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) werd ingevoerd voor 2021 en 2022, maar wordt met terugwerkende kracht tot begin dit jaar ingetrokken, als het aan het kabinet ligt. De wet moet daarvoor gewijzigd worden, dus de Tweede en Eerste Kamer moeten daarmee akkoord gaan. Het lijkt er niet op dat dat een probleem zal worden, aangezien de regeling in het parlement veel tegenstanders kent. Vooral de VVD was er een groot voorstander van.

Eind februari stelden de coalitiepartijen CDA, D66 en ChristenUnie nog voor om de BIK-regeling af te schaffen en zo de bevriezing van de huren in de sociale sector te betalen. De regeling kost 2 miljard euro per jaar.

Het kabinet is nu van plan om het bedrag volledig te besteden aan de verlaging van de premiebetalingen aan het werkloosheidsfonds en dus niet om de kosten van de bevriezing van de huren te dekken. Wat er gebeurt met de twee 2 miljard euro die gereserveerd is voor 2022, zal volgens het ministerie waarschijnlijk beslist worden tijdens de formatie van het nieuwe kabinet. De wet wordt "zo snel mogelijk" naar de Kamer gestuurd.

 

Vijf jaar de tijd voor afbetalen uitgestelde belasting

Ondernemers krijgen langer de tijd om de berg uitgestelde belastingschulden terug te betalen. Zij mogen daar vijf jaar over doen in plaats van drie jaar, en ze hoeven pas in 2022 te beginnen met aflossen. Daar staat tegenover dat belastingplichtigen vanaf 1 juli 2021 weer gewoon op tijd hun belastingen moeten gaan betalen. Dan is het uitstel echt afgelopen.

28 mei 2021 | Door redactie 

  

Om het bedrijfsleven door de coronacrisis te loodsen geeft de Belastingdienst al sinds vorig jaar bijzonder uitstel van betaling. Ondernemingen kunnen uitstel krijgen voor tal van belastingen, zoals BTW, loonheffingen en vennootschapsbelasting. Inmiddels is er al voor een slordige € 16 miljard aan belastingen uitgesteld.

Kabinet wil belastingschulden niet kwijtschelden

Ondernemend Nederland hoopte dat van uitstel misschien afstel zou komen. Maar die hoop maakt het kabinet vakkundig met de grond gelijk in de Kamerbrief (pdf) met uitleg over de nieuwe ronde van coronasteun. Daarin staat namelijk klip en klaar dat het kabinet niet kiest voor het volledig of deels kwijtschelden van belastingschulden. Kort gezegd levert zo’n algemene maatregel naar de smaak van het kabinet te veel willekeur op.
In tegenstelling tot andere regelingen voor coronasteun (tool) wordt het uitstel van belastingbetaling ook niet verlengd na 1 juli 2021. Eerder heeft de Belastingdienst ondernemers al dringend opgeroepen om toch vooral uitstel aan te vragen vóór 1 juli. Die deadline blijft dus staan, tenzij de Tweede Kamer nog ingrijpt. Zo niet, dan moeten ondernemingen na die datum weer gewoon op tijd aan hun nieuwe betalingsverplichtingen voldoen. Voor ondernemingen waar het uitstel al vóór 1 juli afloopt geldt dat al eerder.

Aflossen belastingschuld mag vijf jaar duren

Om ondernemingen meer lucht te geven bij het wegwerken van de belastingschulden wil het kabinet wel de aflossingstermijn verruimen. Aanvankelijk zouden ondernemingen uiterlijk op 1 oktober 2021 moeten starten met terugbetalen en zouden zij daarvoor drie jaar de tijd krijgen. De nieuwe startdatum wordt 1 oktober 2022, en de aflossingstermijn gaat naar vijf jaar. Sneller mag ook natuurlijk, benadrukt de Belastingdienst.
Als extra steun blijft ook de invorderingsrente tot 2024 lager. Belastingplichtigen die te laat zijn met het betalen van hun aanslag betalen deze rente. Sinds maart vorig jaar staat de invorderingsrente op 0,01% en dit blijft tot eind dit jaar zo. Vanaf 1 januari 2022 gaat de rente naar 1%, op 1 juli 2022 naar 2% en op 1 januari 2023 naar 3%. Op 1 januari 2024 is de invorderingsrente terug op het ‘normale’ niveau van 4%.

Versoepeling urencriterium stopt op 1 juli

De soepele omgang met het urencriterium (tool) stopt ook per 1 juli 2021. Tot die datum gaat de Belastingdienst ervan uit dat ondernemers 24 uur per week aan hun onderneming besteden, zodat zij niet onterecht hun recht op ondernemersaftrek verliezen. Maar vanaf 1 juli vindt het kabinet dat niet meer nodig en tellen weer alleen de werkelijk gemaakte uren.
Verder zijn onder meer deze belastingmaatregelen wél verlengd tot 1 oktober 2021:

 

 

Coronasteun loopt door tot 1 oktober 2021

Het kabinet laat het enorme pakket met coronasteun nog eens drie maanden langer doorlopen. De belangrijkste steunregelingen lopen daarom nu door tot 1 oktober 2021. Maar of er daarna nóg een nieuwe ronde steun komt is nog maar de vraag.

28 mei 2021 | Door redactie 

 

De overheid biedt aan alle kanten steun (tool) om het bedrijfsleven door de coronacrisis heen te slepen. Met de nieuwe verlenging is nog eens € 6 miljard gemoeid, waardoor de ‘rekening’ voor de steun in de coronacrisis al rond de € 80 miljard uitkomt.

TVL, NOW, TOZO en TONK ook in derde kwartaal

Het kabinet heeft naast de verlenging van de belangrijkste steunregelingen ook enkele wijzigingen doorgevoerd. Een greep uit de maatregelen in de Kamerbrief (pdf):

  • De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) loopt door in het derde kwartaal van 2021. Net als in het tweede kwartaal zullen organisaties dan ook maximaal 100% van de berekende vaste lasten kunnen terugkrijgen. Daarnaast krijgen aanvragers vanaf het tweede kwartaal een keuze welk kwartaal zij willen gebruiken als referentieperiode om de omzetdaling vast te stellen. Dat kan het tweede kwartaal van 2019 zijn of het derde kwartaal van 2020. Verder wordt het maximale subsidiebedrag voor het grootbedrijf in het tweede kwartaal ‘eenmalig’ opgehoogd van € 600.000 naar € 1,2 miljoen. In het derde kwartaal zakt het plafond weer naar € 600.000. Daarnaast kunnen ook 'startende' ondernemingen TVL aanvragen.
  • De loonkostensubsidie NOW wordt ook verlengd tot 1 oktober 2021. De minimale omzetdaling (20%) en het subsidiepercentage (85%) blijven gelijk aan het tweede kwartaal van 2021. De nieuwe referentiemaand voor de loonkosten is februari 2021. Ook lost het kabinet een ander knelpunt op: een vergoeding vanuit de TVL telt met terugwerkende kracht vanaf oktober 2020 niet meer mee als omzet voor de NOW. Hierdoor zouden organisaties meer NOW-subsidie kunnen overhouden.
  • Ook de TOZO-regeling, die inkomenssteun en gunstige bedrijfsleningen biedt aan zzp’ers, loopt door in het derde kwartaal. Dit geldt ook voor de aanvullende TONK-regeling. Ondernemers met een TOZO-lening mogen een half jaar later beginnen met terugbetalen, vanaf 1 januari 2022. Tot die tijd betalen zij geen rente. Ook hebben zij nu 60 maanden de tijd om de lening terug te betalen. Dit was 42 maanden.

Uitstel belastingbetaling nu echt klaar

In tegenstelling tot deze belangrijke steunregelingen eindigt het bijzonder uitstel van belastingen wél na het tweede kwartaal (dit nieuwsartikel gaat hier dieper op in). Wel is de terugbetalingstermijn flink verruimd, naar vijf jaar. Andere belastingmaatregelen, zoals de onbelaste vergoeding van vaste reiskosten, worden dan weer wel verlengd.
De garantieregelingen voor kredieten lopen zelfs door tot het eind van 2021, zo heeft het kabinet aangekondigd. Dit gaat onder meer om speciale coronavarianten van de BMKB en de GO. Daarnaast steekt het kabinet € 200 miljoen in een nieuwe kredietregeling. Die steunt ondernemers die doorstarten na een procedure volgens de nieuwe faillissementswet WHOA. Met de lening kunnen zij bijvoorbeeld hun bedrijfsvoering vernieuwen.

Nog een nieuwe verlenging in het vierde kwartaal?

Nu het kabinet een knoop heeft doorgehakt over de steun in het derde kwartaal is de grote vraag uiteraard wat er in het vierde kwartaal gaat gebeuren. In de Kamerbrief en tijdens de persconferentie van de betrokken ministers slaat het kabinet wel duidelijk de toon aan dat de geldbuidel niet oneindig blijft rammelen. Het pakket beweegt al mee met het economische tij, omdat er minder steun is bij minder omzetdaling. Maar op een gegeven moment ‘moet je een economie in de startblokken ook de ruimte geven’, aldus minister Koolmees van Sociale Zaken.
Het kabinet zit met een dilemma. Te vroeg stoppen met de steun kan ertoe leiden dat gezonde ondernemingen aan het eind van de rit alsnog omvallen. Te laat stoppen betekent dat noodzakelijke aanpassingen in het bedrijfsleven te lang uitblijven. Minister Hoekstra van Financiën noemde het pakket voor het derde kwartaal ‘een laatste steun in de rug’, totdat de economie weer echt zelfstandig kan draaien. ‘Onze zakken zijn weliswaar diep, maar we kunnen ons geld maar één keer uitgeven’, benadrukte Hoekstra. ‘We hopen natuurlijk zeer dat het in het vierde kwartaal allemaal niet meer nodig zal zijn.’

 

 

Mag ik over door mij betaalde goodwill fiscaal afschrijven?

Mag ik over door mij betaalde goodwill fiscaal afschrijven?

Of u over betaalde goodwill mag afschrijven is afhankelijk van de ondernemingsvorm waar u mee te maken heeft en op welke wijze de overdracht plaatsvindt.

Heeft u te maken met een overname van een onderneming die niet in aandelen is verdeeld (denk daarbij aan een eenmanszaak of een vof) dan vindt een bedrijfsoverdracht altijd plaats via een zogenoemde activa-passivatransactie.

Voor een bv daarentegen bestaat ook de mogelijkheid van een aandelentransactie. Bij een activa-passivatransactie worden alleen, zoals de naam het al zegt, de activa en passiva overgedragen. Bij een aandelentransactie worden echter de aandelen van de bv aan u overgedragen.

Er zijn aanzienlijke verschillen tussen deze twee vormen van transactie. Voor wat betreft de goodwill wordt vaak over het hoofd gezien hoe de fiscale gevolgen van goodwill de prijs van een transactie kunnen beïnvloeden.

Intrinsieke waarde

Goodwill voor een onderneming is het verschil tussen de prijs die betaald wordt voor de onderneming en de fiscale boekwaarde (ook wel: de intrinsieke waarde). In de regel geldt dat bij een activa-passivatransactie de koper eventuele goodwill fiscaal mag afschrijven.

Bij een aandelentransactie is dit daarentegen niet mogelijk. Omdat bij een activa-passivatransactie voor u als koper de mogelijkheid bestaat de betaalde goodwill fiscaal af te schrijven, is uw belastbare winst en daarmee dus ook uw belastingheffing lager. De goodwill wordt overigens over een periode van tien jaar afgeschreven.

Vanuit de verkoper gezien is de keerzijde van een activa-passivatransactie dat de verkopende partij direct belasting moet betalen over de ontvangen goodwill. Bij een aandelentransactie is er geen sprake van directe belastingheffing, als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Een eventueel vervreemdingsvoordeel wordt dan onbelast ontvangen door de holding.

Pas als de holding naar privé het vervreemdingsvoordeel uitkeert komt de belastingheffing om de hoek kijken. Daar waar de koper een voordeel heeft, heeft de verkoper dus een nadeel.

Dit antwoord is geschreven door mr. Sascha Jacobs, Jacobs & partner belastingadviseurs te Heerlen.

 

 

De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting

De deelnemingsvrijstelling is een belangrijk onderdeel van de VPB. De vrijstelling voorkomt namelijk dubbele belastingheffing bij een deelneming. De deelnemingsvrijstelling komt om de hoek kijken bij de ontvangst van voordelen uit de deelneming. Maar (helaas) ook bij verliezen op een deelneming.


18 mei 2021 4 minutenDoor redactie   

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De deelnemingsvrijstelling geldt voor vennootschappen die Nederlandse VPB betalen. Een vennootschap moet in Nederland VPB betalen als zij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de vennootschap is een rechtspersoon zoals een bv, nv of stichting;
  • de vennootschap is in Nederland gevestigd.

Dubbele belastingheffing voorkomen

De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat in een groep van vennootschappen dubbele belastingheffing plaatsvindt. Op basis van de deelnemingsvrijstelling krijgt de moedermaatschappij namelijk een belastingvrijstelling voor de winsten van de dochtermaatschappijen.

De dochter(s) heeft (hebben) immers al belasting betaald over de eigen winsten. Bij die winsten gaat het bijvoorbeeld om ontvangen dividend en om de behaalde winst bij de verkoop van een deelneming.

Geen deelnemingsvrijstelling van toepassing

De deelnemingvrijstelling kan niet worden geclaimd door:

  • ondernemers die IB -ondernemer zijn;
  • fiscale beleggingsinstellingen (wel VPB-plichtig, maar tegen een nultarief);
  • maatschappen en andere samenwerkingsverbanden die niet zelfstandig aan Nederlandse VPB zijn onderworpen;
  • vennootschappen die zijn opgenomen in een fiscale eenheid met een andere vennootschap en daardoor niet zelfstandig VPB-plichtig zijn;
  • lichamen die zijn vrijgesteld voor de VPB, zoals bijvoorbeeld overheidslichamen en stichtingen die geen materiële onderneming drijven;
  • buitenlandse lichamen die geen onderneming in Nederland drijven.

Verlies is niet aftrekbaar

De deelnemingsvrijstelling ziet echter niet alleen op winsten maar ook op waardedalingen van de deelneming. Het verlies op een deelneming mag u dus niet aftrekken van de fiscale winst.

De deelnemingsvrijstelling heeft dus niet alleen maar voordelen. Aan-en verkoopkosten van een deelneming zijn ook niet aftrekbaar.

Hoofdregel deelneming

Er is sprake van een deelneming als de moedermaatschappij voor tenminste 5% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Dit is de hoofdregel . In artikel 13, lid 2 van de Wet VPB staan nog andere deelnemingssituaties.

Door de meesleepregeling kunnen andere belangen als deelneming worden aangemerkt

De meesleepregeling

Er zijn meerdere situaties waarbij echter niet aan die 5%-eis wordt voldaan maar er toch sprake is van een deelneming. Zo kunnen door de meesleepregeling ook andere belangen als deelneming worden aangemerkt.

De meesleepregeling geldt ook voor winstbewijzen en hybride leningen. Heeft u een deelneming, dan vallen de daarbij behorende winstbewijzen dus ook onder deze deelneming. Hetzelfde geldt voor aan deelnemingen verstrekte hybride leningen. Deze leningen worden daarom ook deelnemerschapsleningen genoemd.

Voorwaarde is dat er op basis van de hoofdregels al een deelneming bestaat. Winstbewijzen en hybride leningen kunnen op zichzelf nooit een deelneming vormen. Zij worden ‘meegesleept’ bij een al bestaande deelneming.

De meetrekregeling

Naast de meesleepregeling is er ook een zogenoemde meetrekregeling. Op basis van deze regeling moet u een belang dat minder is dan 5% onder bepaalde voorwaarden toch als deelneming aanmerken. Dit is namelijk het geval als een zogeheten ‘verbonden lichaam’ wel een deelneming heeft. Dit is dus een versoepeling van de hoofdregels.

Kwalificerende beleggingsdeelneming of niet?

Worden aandelen aangehouden als belegging, dan gelden voor deze belangen andere regels. De deelnemingsvrijstelling is namelijk wel van toepassing op kwalificerende beleggingsdeelnemingen, maar niet op niet-kwalificerende beleggingsdeelnemingen. De wetgever wil hiermee namelijk voorkomen dat de deelnemingsvrijstelling ook van toepassing is op beleggingsdeelnemingen in landen met een laag belastingtarief.

Van een kwalificerende beleggingsdeelneming is sprake als:

  • de deelneming onderworpen is aan een winstbelasting die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing (onderworpenheidstoets), of
  • de bezittingen van de deelneming doorgaans (on)middellijk voor minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen (bezittingentoets)

Voldoet de deelneming aan een van beide toetsen, dan is de deelnemingsvrijstelling van toepassing.

Bij de onderworpenheidstoets wordt de buitenlandse belastingheffing over de winst van de deelneming vergeleken met de heffing naar Nederlandse maatstaven. Een tarief van 10% is normaal gesproken een reële heffing.

Definitie verbonden lichaam

Voor de definitie van het begrip ‘verbonden lichaam’ geldt het zogeheten ‘een derde belang’-criterium. In de volgende (kort omschreven) situaties is een lichaam met uw vennootschap ‘verbonden’:

  • uw vennootschap is voor ten minste een derde deel aandeelhouder van het lichaam;
  • het lichaam is voor ten minste een derde deel aandeelhouder van uw vennootschap;
  • het lichaam maakt met uw vennootschap deel uit van een fiscale eenheid voor de VPB;
  • een andere rechtspersoon is voor ten minste een derde deel aandeelhouder van het lichaam terwijl deze andere rechtspersoon ook voor ten minste een derde deel aandeelhouder is van uw vennootschap.

De regeling is ook weer van toepassing op winstbewijzen en hybride geldleningen.

Er is nog een versoepeling van de 5%-eis. De wet bepaalt dat de deelnemingsvrijstelling nog drie jaar voortduurt als het belang onder de 5% is gedaald. Strikt genomen is er dan eigenlijk geen sprake meer van een deelneming.

Maar de regels van het ‘aflopend belang’ bepalen dat u de deelnemingsvrijstelling dan toch kunt toepassen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • het aandelenpakket is meer dan een jaar in uw bezit;
  • op het aandelenpakket is de deelnemingsvrijstelling onafgebroken van toepassing geweest.

De laatste uitzondering op de 5%-eis geldt voor aandelen in vennootschappen uit de Europese Unie. Een belang van minder dan 5% is toch een deelneming als:

  • het gaat om aandelen in een vennootschap die gevestigd is in EU-lidstaat;
  • het aandelenpakket wel minimaal 5% van de stemrechten vertegenwoordigt;
  • met de EU-lidstaat een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting is gesloten;
  • in het verdrag een verlaging op de belastingheffing van dividenden is overeengekomen op grond van het aantal stemrechten.

Het is niet noodzakelijk vooraf een toepassingsverzoek in te dienen

Geen verzoek noodzakelijk

De deelnemingsvrijstelling is van rechtswege van toepassing. Het is dus niet noodzakelijk om hiervoor een toepassingsverzoek bij de Belastingdienst in te dienen. Wel kan natuurlijk altijd aan de fiscus vooraf worden gevraagd of in een bepaalde (toekomstige) situatie de deelnemingsvrijstelling van toepassing zal zijn of niet.

Als deelneming kunnen soms ook belangen in lichamen waarvan het kapitaal niet in aandelen is verdeeld worden aangemerkt.

 

 

 

 

Voor scholing werknemers kunt u tegemoetkoming krijgen

De overheid vindt het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen. U speelt als werkgever hierbij een grote rol. In principe moet u de scholing van uw werknemers zelfs financieren. Hiervoor kunt u vaak een subsidie krijgen. Op welke subsidies kunt u voor de scholing allemaal een beroep doen?


18 mei 2021 5 minutenDoor redactie   Rendement

 


Maakt u bijvoorbeeld kosten voor de begeleiding van een leerling, student, een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding? Dan kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de subsidieregeling praktijkleren.

Sinds 1 januari 2020 kunt u ook een subsidie aanvragen om onder meer loopbaanadviezen voor uw werknemers te krijgen of om hun vaardigheden up to date te houden. Deze Stimuleringsregeling Leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM-regeling) moet leren en ontwikkelen in het mkb de normaalste zaak van de wereld maken.

Daarnaast werkt het kabinet op dit moment aan een persoonlijk ontwikkelbudget voor zowel werkenden als niet-werkenden: het STAP-budget (STAP staat voor STimulans ArbeidsmarktPositie). Hieronder komen de diverse regelingen aan bod.

Praktijkleren

De subsidieregeling praktijkleren zorgt ervoor dat de financiële investering in de begeleiding bij praktijk- en werkleerplaatsen voor u geen struikelblok vormt. De regeling richt zich uitsluitend op sectoren die onder druk staan of waarin Nederland grote behoefte aan geschoolde werknemers heeft. Er zijn drie doelgroepen:

  • leerlingen of studenten met een opleiding in sectoren waar tekorten aan gekwalificeerd personeel dreigen te ontstaan of al bestaan;
  • kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt die kampen met veel jeugdwerkloosheid;
  • wetenschappelijk personeel waar de Nederlandse kenniseconomie grote behoefte aan heeft.

De voorwaarden voor de subsidieregeling praktijkleren verschillen per onderwijscategorie

Voorwaarden

Als u voor de subsidieregeling praktijkleren in aanmerking wilt komen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden verschillen per onderwijscategorie. Met de Checklist voorwaarden subsidieregeling praktijkleren op Rendement Online kunt u controleren of u aan alle voorwaarden voldoet.

De aanvraag voor subsidie dient u in na afloop van de opleiding van het studiejaar waarin de begeleiding heeft plaatsgevonden bij RVO. Voor het lopende studiejaar 2020-2021 moet de aanvraag tussen 2 juni 2021 en uiterlijk 16 september 2021 vóór 17.00 uur bij RVO binnen zijn.

Let op: Vanaf 1 juli 2021 heeft u minimaal eHerkenning niveau 3 met machtiging ‘RVO diensten op niveau eH3’ nodig voorhet digitaal aanvragen van de subsidie.

Verruiming praktijkleren

De subsidieregeling praktijkleren is tijdelijk verruimd. In de studiejaren 2019/2020 tot en met 2021/2022 krijgen erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie (met een SBI-code) bovenop de gebruikelijke subsidie een extra subsidiebedrag als zij een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) leerplek aanbieden.

SLIM

De SLIM- regeling richt zich op drie verschillende doelgroepen:

  • Kleine ondernemingen met minder dan 50 werknemers en een jaaromzet van maximaal € 10 miljoen;
  • Middelgrote ondernemingen met minder dan 250 werknemers, een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen en een balanstotaal van maximaal € 43 miljoen;
  • Grote ondernemingen met een SBI-code die behoort bij de landbouw-, horeca- of recreatiesector, met minimaal 250 werknemers, een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen en een balanstotaal van meer dan € 43 miljoen;
  • Samenwerkingsverbanden tussen minstens twee mkb-ondernemingen, eventueel aangevuld met andere organisaties zoals een brancheorganisatie, onderwijsinstelling, O&O-fonds of werknemers- of werkgeversvereniging).

Initiatieven

Valt u in een van de vier doelgroepen, dan kunt u via de SLIM-regeling subsidie aanvragen voor de kosten van één van de volgende ‘initiatieven’:

  • het inschakelen van een externe adviseur die uw onderneming doorlicht en een toekomstgericht opleidings- en ontwikkelplan maakt;
  • het inschakelen van een loopbaanadviseur voor loopbaan- en ontwikkeladviezen voor uw werknemers;
  • begeleiding bij het ontwikkelen of introduceren van een zogenoemde ‘leerrijke werkomgeving’;
  • het bieden van omscholing door middel van een praktijkleerplaats in de derde leerweg van het mbo.

Voor de eerste drie soort initiatieven krijgt u subsidie als de subsidiabele kosten minimaal € 5.000 zijn. Voor het vierde initiatief geldt een maximale tegemoetkoming van € 2.700 per gerealiseerde praktijkleerplaats per jaar.

Het maximale subsidiebedrag verschilt per doelgroep

Kosten

Via de SLIM-regeling kunt u uitsluitend subsidie krijgen voor de volgende kosten:

  • externe kosten die u daadwerkelijk maakt voor de uitvoering van een subsidiabel initiatief;
  • de directe loonkosten van werknemers die zich bezighouden met de uitvoering van het initiatief;
  • een toeslag van 15% op de hiervoor genoemde kosten.

Het maximale subsidiebedrag verschilt per doelgroep. Een kleine onderneming krijgt een vergoeding van 80% van de subsidiabele kosten, terwijl middelgrote ondernemingen met 60% van de subsidiabele kosten genoegen moeten nemen. Het maximale subsidiebedrag is voor zowel de kleine als middelgrote onderneming € 24.999.

Bij samenwerkingsverbanden is het maximum een stuk hoger, namelijk € 500.000 in totaal en € 200.000 per partij. De partijen kunnen rekenen op een subsidie voor 60% van de subsidiabele kosten. Het maximale subsidiebedrag van € 200.000 en de dekking van 60% van de kosten is ook van toepassing op grote ondernemingen. elke doelgroep). Voor een landbouwbedrijf is altijd € 20.000 het maximum.

Aanvragen

De subsidieaanvraag moet vóór de start van het initiatief bij Uitvoering van Beleid SZW binnen zijn, maar u ontvangt de eventuele subsidie pas na afronding van het initiatief. Op welk moment u een aanvraag kunt indienen, hangt af van de doelgroep waar u onder valt. In 2021 kunnen werkgevers in het mkb op twee momenten een aanvraag voor de SLIM-regeling indienen:

  • van 2 tot en met 31 maart 2021;
  • van 1 tot en met 30 september 2021.

Voor samenwerkingsverbanden en grote ondernemingen in de horeca, landbouw en recreatie geldt een korte aanvraagtermijn: van 1 juni tot en met 30 juni 2021. Na afloop van het project moet u binnen tweeentwintig weken een einddeclaratie voor de activiteit(en) indienen. Het subsidiebedrag ontvangt u nadat de einddeclaratie is goedgekeurd.

Het STAP-budget vervangt de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven

STAP-budget

Het STAP-budget biedt iedereen – ook werkzoekenden – financiële ondersteuning om te kunnen werken aan hun ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Deze regeling vervangt per 1 januari 2022 de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven. Uw werknemer kan het leer- en ontwikkelbudget inzetten voor de volgende soorten scholing:

  • scholing die opleidt tot een (deel van een) door het ministerie van OCW erkend diploma of certificaat;
  • scholing die opleidt tot een door een branche of sector erkend certificaat;
  • scholing die bestaat uit een erkende EVC-procedure (Erkenning Verworven Competenties);
  • scholing die is ingeschaald in het Netherlands Qualification Framework;
  • scholing die wordt aangeboden door een opleider met een NRTO-keurmerk.

Uw werknemer vraagt de subsidie vóór de start van de scholing aan via een digitaal formulier op uwv.nl. Aanvraag van subsidie kan in de laatste vijf maanden van het tijdvak: 1 februari tot en met 30 juni en 1 augustus tot en met 31 december.

Bij toekenning gaat het betreffende bedrag naar de opleider. De werknemer stuurt een kopie van de toekenning naar de opleider, die daarmee de kosten bij UWV kan declareren. UWV stelt de subsidie pas definitief vast als de opleider een bewijs van deelname en afronding van de scholing heeft opgestuurd.

Voorwaarden STAP

Aan de STAP-subsidie zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • De aanvrager is 18 jaar of ouder maar heeft nog niet de pensioengerechtigde gerechtigde leeftijd bereikt.
  • De aanvrager is ten tijde van de aanvraag burger van de EU en in de twee jaar voor de aanvraag minstens zes maanden verzekerd voor de volksverzekeringen.
  • De activiteit start na de datum van inwerkingtrreding.
  • De aanvrager heeft of zal voor de scholingsactiviteit geen bijdrage van een derde ontvangen.
  • Er is geen andere vorm van publieke individuele financiering van onderwijs beschikbaar.

Hoogte

De hoogte van het STAP-budget is maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per persoon per jaar. Alle kosten boven dit maximumbedrag worden als eigen bijdrage gezien. Alleen les-, cursus- of collegegeld en EVC-kosten komen voor subsidie in aanmerking.

 

 

 

 

NOW-subsidie ook in derde kwartaal 2021 aan te vragen

Het demissionaire kabinet heeft aangekondigd de NOW tot en met het derde kwartaal van 2021 te verlengen. Werkgevers die in de problemen verkeren door de coronacrisis, kunnen dus ook in het derde kwartaal een subsidie voor de loonkosten ontvangen.

 

28 mei 2021 | Door redactie Rendement

  

De NOW wordt in de huidige vorm verlengd; er wordt niet versoberd. Om voor de vierde versie van de NOW (NOW 4) in aanmerking te komen, moet een organisatie een omzetverlies lijden van minimaal 20%. Het maximale subsidiepercentage blijft 85%. Wel is de referentiemaand voor de loonsom aangepast van juni 2020 naar februari 2021. Met de verlenging is naar verwachting een bedrag van € 2 miljard gemoeid. De NOW 4 zal lopen van 1 juli tot en met 30 september 2021.

Kabinet komt werkgevers meer tegemoet

Om werkgevers tegemoet te komen, telt de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) vanaf de NOW 3 – die loopt van oktober 2020 tot en met juni 2021 – met terugwerkende kracht niet meer mee als omzet voor de NOW. De eerdere verhogingen van de TVL betekenden een hogere omzet voor werkgevers, waardoor zij minder subsidie ontvingen. Door de uitsluiting van de TVL ontvangen deze werkgevers na het aanvragen van de definitieve subsidie vanaf de NOW 3 een hoger bedrag aan steun.

Beslissing voortzetting loonsteun na de zomer

Het verwerken van de gewijzigde rekenmethode brengt extra werk met zich mee, waardoor de loonsteun op zijn vroegst in juli wordt uitgekeerd. Omdat het niet duidelijk is in hoeverre de economie de komende tijd zal herstellen, is er gekozen voor een verlenging van drie maanden. Na de zomer neemt het kabinet, afhankelijk in hoeverre de samenleving verder van het slot gaat, een besluit over de voortzetting van de NOW.

Gevolgen corona voor werkgelegenheid beperken

De NOW – de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid – is onderdeel van het coronabeleid van het demissionaire kabinet. De tegemoetkoming voor werkgevers die door de coronacrisis een omzetverlies van minimaal 20% hebben geleden over een periode van drie maanden, heeft als doel de gevolgen van corona voor de werkgelegenheid zo beperkt mogelijk te houden.

 

 

 

BIK gaat toch niet door, vervangen door korting op Awf-premie

Veranderende wet- en regelgeving

 

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 ingetrokken. De Europese Commissie ziet deze korting mogelijk als ongeoorloofde staatssteun omdat hij alleen ten goede komt aan investeringen in Nederland. Dat mag niet. In plaats van de BIK komt daarom per 1 augustus 2021 een korting op de Awf-premie.

 

Omdat het kabinet niet wil dat de BIK ook gebruikt kan worden voor investeringen buiten Nederland stelt het kabinet voor om de BIK met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021 in te trekken en het voor 2021 gereserveerde budget in te zetten voor een verlaging van de werkgeverspremies AWf in 2021.

Lees ook: Alles over de baangerelateerde investeringskorting (BIK)

Ondernemers steunen

Ministerie van financiën in een brief aan de Kamer: ‘Zeker in deze moeilijke economische omstandigheden wil het kabinet ondernemers steunen. Daarom heeft het kabinet gekeken hoe het budget op andere wijze zo snel mogelijk ten goede kan komen aan het bedrijfsleven en tevens zo dicht mogelijk bij het beleidsdoel van de BIK blijft. Het kabinet stelt daarom voor om de AWf-premie voor werkgevers nog in 2021 te verlagen, zo mogelijk per 1 augustus. Het kabinet zal hiervoor een ministeriële regeling publiceren. Het verlagen van de AWf-premie verlaagt de loonkosten en verbetert de liquiditeit en solvabiliteit van bedrijven en vergroot daarmee de ruimte om te investeren en/of externe financiering daarvoor te vinden conform het beleidsdoel van het kabinet.

Lees ook: Belastingdienst: BIK in 2021 opnemen in rubriek afdrachtsvermindering zeevaart

Staatssteun?

De Europese Commissie stelde dat dat zij niet kunnen garanderen dat de BIK geoorloofde staatssteun betreft ondaks het feit dat het kabinet vindt dat de BIK geen staatssteun is. Maar door die onzekerheid vindt het kabinet het verstandig om snel over te gaan tot een andere ondersteuning van bedrijfsleven en de BIK stop te zetten. Aanpassing van de BIK om te zorgen dat hij wel door de Europese Commissie kwam, bleek niet haalbaar binnen de beschikbare tijd.

Lees ook: BIK en desinvesteringen – Update

Korting op Afw-premie

Om toch op korte termijn steun te kunnen bieden, stelt het kabinet nu voor om de AWf-premie in 2021 voor werkgevers te verlagen. Hiermee blijft het kabinet zo dicht mogelijk bij het beleidsdoel van de BIK en schept het kabinet snel duidelijkheid voor het bedrijfsleven. Deze stimulans grijpt minder direct dan de BIK aan op de
investeringen, maar is een maatregel die het dichtst staat bij het doel dat het kabinet voor ogen heeft en is snel uit te voeren. Bovendien grijpt deze maatregel
net als de BIK aan op de werkgeverslasten. De exacte hoogte van de korting moet nog bekend worden.

Bron

 

 

 

Kabinet blijft bij start aanpak hoge bv-schuld in 2023

Het kabinet is niet van plan om de aanpak van al te hoge schulden van directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) bij hun eigen bv’s verder naar achteren te schuiven. Tussen de aankondiging en de uitvoering van de maatregel zit ruim vijf jaar. En dat is wat het kabinet betreft lang genoeg, ook in coronatijd.

 

Het kabinet wil vanaf 2023 paal en perk stellen aan al te hoge leningen van dga’s bij hun eigen bv’s. Dat houders van een aanmerkelijk belang op deze manier belasting kunnen uitstellen of zelfs afstellen is het kabinet een doorn in het oog. Een lening uit de bv is namelijk fiscaal veel voordeliger voor de dga dan een dividenduitkering (tool). De aanpak komt erop neer dat schulden van meer dan € 500.000 van de dga en zijn partner straks automatisch belast zijn als inkomen in box 2. Leningen voor een eigne woning tellen niet mee.

Beperking tot alleen ‘onzakelijke’ lening?

De aanpak van ‘excessieve’ leningen is al sinds de aankondiging een heet hangijzer. Eerder dit jaar heeft de Kamercommissie voor Financiën opnieuw een lijst vragen ingediend over het wetsvoorstel. Zo is de vraag of er niet een minder ingewikkelde manier is om al te hoge schulden aan te pakken.
Maar het kabinet ziet daar geen mogelijkheden voor, zo blijkt uit de antwoorden (pdf) die nu naar de Kamer zijn gestuurd. Daarin gaat het kabinet ook uitgebreid in op de regels rond ‘onzakelijke’ leningen (artikel) tussen dga’s en hun bv’s. Diverse partijen vroegen namelijk of de ingreep niet beperkt kon blijven tot alleen onzakelijke leningen. Maar het kabinet benadrukt keer op keer dat het doel van het wetsvoorstel is om uitstel en afstel van belasting tegen te gaan. En dat uitstel gebeurt bij alle excessieve leningen, of ze nu onzakelijk zijn of niet. Het doel wordt niet bereikt door meer te controleren op ‘zakelijkheid’ van leningen. En dat is daarom geen alternatief voor het wetsvoorstel, aldus het kabinet.

Grens van € 500.000 is ‘politieke keuze’

Het kabinet verdedigt ook de grens van € 500.000 voor wanneer een lening excessief is. Dit is ‘niet zozeer een cijfermatige maar vooral een politieke en beleidsmatige keuze’. Volgens het kabinet is de balans goed bij een bedrag van € 500.000. Want daarmee raakt de maatregel relatief weinig dga’s (3% van alle huishoudens met een aanmerkelijk belang) en juist een relatief groot bedrag aan geleend geld.

Termijn voor aanpassing schulden ruim genoeg

Van verder uitstel van de invoering van het wetsvoorstel wil het kabinet ook niet weten. Vanuit verschillende hoeken was hierom gevraagd, mede met het oog op de coronacrisis. Het kabinet benadrukt echter dat de invoering juist vanwege corona al een jaar is opgeschoven, van 2022 naar 2023. Dat betekent dat de Belastingdienst op 31 december 2023 voor het eerst zal peilen hoe hoog de schuld bij de eigen bv is. En de maatregel is al op Prinsjesdag 2018 aangekondigd. Daarmee zit er ruim vijf jaar tussen de aankondiging en de daadwerkelijke uitvoering van de maatregel. Die termijn is wat het kabinet betreft lang genoeg voor dga’s om hun schuldpositie onder de grens van € 500.000 te brengen. Het kabinet ziet dan ook geen reden om bestaande schulden uit te zonderen van de maatregel, omdat er genoeg tijd is om de schulden af te lossen of te herfinancieren. Een deel van de dga’s heeft ook al ingespeeld op het voorstel door in 2019 al flink dividend uit te keren. Verder benadrukt het kabinet dat het lenen door houders van een aanmerkelijk belang ‘onwenselijk’ vindt in deze crisistijd. Want daardoor verslechtert de liquiditeitspositie van ondernemingen, terwijl de overheid die juist op peil probeert te houden met allerlei steunmaatregelen.

Ook schuld van partner van kind telt mee

Ook gaat het kabinet nog in op de positie van de partner in het wetsvoorstel. Voor de grens van € 500.000 telt namelijk de schuld van de dga zelf én die van zijn of haar partner mee. Dit om te voorkomen dat de regels makkelijk te omzeilen zijn, door de lening op naam van de partner te zetten. Om ook andere wegen voor omzeiling dicht te zetten komt het kabinet bovendien nog met een aanscherping. In het wetsvoorstel is al opgenomen dat ook de schulden van zogeheten ‘verbonden personen’ van de aanmerkelijkbelanghouder meetellen voor de grens van € 500.000. Daar heeft het kabinet nu aan toegevoegd dat ook schulden van de partner van een verbonden persoon meetellen. Dat kan dus bijvoorbeeld de partner van het kind van de dga zijn.
Tegelijkertijd met deze aanscherping heeft het kabinet ook nog twee meer technische wijzigingen voorgesteld.

 

 

 

Zo vindt u financieringsvormen buiten de banken

Banken spelen nog steeds de grootste rol in de kredietverstrekking, maar lijken sinds de kredietcrisis risicomijdender zijn geworden bij leningen voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). Hierdoor krijgen nieuwe financieringsvormen de kans om te ontspruiten en staan oude financieringsinstrumenten hernieuwd in de belangstelling. Deze toolbox bevat een overzicht van de mogelijkheden voor alternatieve (non-bancaire) financiering.

Zo vindt u financieringsvormen buiten de banken

Geen bank? Geen probleem. Er bestaat ook alternatieve financiering

Heeft uw onderneming een financieringsbehoefte waarvoor u niet bij de bank terechtkunt? Dan zijn er verschillende vormen van alternatieve (non-bancaire) financiering. U kunt misschien terecht bij een non-profit kredietverstrekker als Qredits, een kleine groep branchegenoten (de kredietunie) of een grote groep belangstellenden (crowdfunding). Of u zorgt met factoring dat u het uitstaande bedrag aan debiteuren alvast ontvangt. In deze toolbox vindt u informatie over alternatieve financiering in het algemeen. Daaronder staan voor de belangrijkste soorten alternatieve financiering nuttige informatie en praktisch bruikbare tools verzameld. Zo kunt u de financieringsvorm kiezen die het beste bij u en uw onderneming past.

 

 

 

Onbeperkte verliesverrekening kan in 2022 van start

De Belastingdienst ziet geen onoverkomelijke problemen in de komende ingrepen voor de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting (VPB). Straks mag een bv namelijk een verlies in een boekjaar onbeperkt voorwaarts verrekenen. Wat de fiscus betreft is die maatregel uitvoerbaar vanaf 2022.

Een onderneming in de VPB kan een verlies in een boekjaar nu tot één jaar terug verrekenen (de ‘carry back’) en tot zes boekjaren vooruit (‘carry forward’). Verliesverrekening drukt de winst (tool) en dus de belastingrekening van een onderneming.

Verliezen tot € 1 miljoen altijd verrekenbaar

Vanaf 2022 vervalt de termijn van zes boekjaren vooruit. De voorwaartse verliesverrekening wordt daarmee onbeperkt in de tijd. Maar tegelijkertijd komt er ook een beperking voor ondernemingen met grote verliezen. Een verlies in een boekjaar tot € 1 miljoen is altijd te verrekenen, maar boven die grens mag de onderneming nog maar 50% van de verliezen meerekenen. Blijft er daarna nog verrekenbaar verlies over, dan mag de onderneming dat bedrag meenemen naar een volgend boekjaar.
De beperking van € 1 miljoen gaat ook gelden voor de achterwaartse verliesverrekening. Hiervoor blijft de termijn wel op één jaar staan. Voor de inkomstenbelasting gelden overigens weer andere termijnen voor verliesverrekening (infographic). Die veranderen niet per 2022.

Maatregel legt flink beslag op de capaciteit

Voor dit soort ingrepen voert de Belastingdienst altijd een ‘uitvoeringstoets’ uit. Daarin bekijkt de fiscus bijvoorbeeld of het voorstel in te passen is in de systemen, wat dat kost en of de regeling ook te handhaven is. Het eindoordeel luidt dat de regeling uitvoerbaar is per 1 januari 2022. Wél maakt de fiscus de kanttekening dat de maatregel een flink beslag legt op de organisatie. Dit betekent dat de wetgever moet accepteren dat er de komende jaren minder mogelijkheden zijn ‘voor wetgeving met automatiseringsgevolgen’ binnen de VPB of de dividendbelasting.

 

 

Wat is het verschil tussen een openbare en een besloten WHOA-procedure?

Bij de nieuwe faillissementswet WHOA kan ik kiezen voor een openbare of een besloten procedure om tot een akkoord te komen. Wat is het verschil?

Om even bij het begin te beginnen: de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) biedt levensvatbare ondernemingen sinds dit jaar een mogelijkheid om een faillissement te voorkomen. Dat gebeurt door een akkoord te sluiten met schuldeisers. De rechter kan dit akkoord bekrachtigen (‘homologeren’). Ook schuldeisers die het niet eens zijn met het akkoord, zijn er dan aan gebonden.

Tot een goed einde brengen

Bij het hele proces kunnen ondernemers kiezen voor een besloten of een openbare procedure. Tussentijds wisselen is niet toegestaan. De keuze maakt u aan het begin, als u een zogeheten startverklaring deponeert bij de griffie van de rechtbank (het formulier daarvoor van de Nederlandse gerechtelijke organisatie vindt u hier).

Aan een besloten procedure wordt geen ruchtbaarheid gegeven. De zittingen bij de rechtbank zijn achter gesloten deuren. Een openbare procedure komt wél in de publiciteit. Zittingen zijn openbaar en het akkoord komt in het Insolventieregister van de rechtbanken. Ook wordt de procedure geregistreerd in het Handelsregister. Een faillissement voorkomen is een delicaat proces. De besloten procedure kan dan helpen om alles tot een goed einde te brengen. Het voordeel van de openbare procedure is dat die in de Europese Unie erkend wordt (behalve in Denemarken). Dat is handig voor ondernemingen met schuldeisers uit andere lidstaten.

 

 

 

Moeten we vakantiebijslag betalen over overuren?

Een werknemer heeft, zonder dat wij erom gevraagd hebben, overuren gemaakt. De werknemer wil nu dat we de vakantiebijslag over al die overuren uitbetalen. Zijn we hiertoe verplicht? Hoe kunnen we dit voorkomen?

Per 1 januari 2018 is de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) aangepast. Tot 2018 gold dat u het minimumloon en de minimumvakantiebijslag alleen hoefde te betalen over de overeengekomen normale arbeidsduur. Maar tegenwoordig moet u naar evenredigheid het minimumloon ook over overuren betalen. Daarnaast moet u vakantiebijslag over overwerkuren betalen.

Overuren voorkomen

Er is sprake van overwerk als de feitelijke arbeidsduur langer is dan de normale of overeengekomen arbeidsduur. Dit geldt zowel bij een fulltime als een parttime dienstverband. Als u niet wilt dat een werknemer zomaar overuren maakt, zult u hem daarop moeten aanspreken. Overwerk dat is verricht zonder toestemming hoeft u in principe niet te vergoeden. Uw toestemming hoeft niet expliciet gegeven te worden. De rechter zal stilzwijgende toestemming aannemen als u de werknemer niet aanspreekt op het (langdurig) zonder toestemming uitvoeren van overwerk. 

Met de volgende maatregelen kunt u het betalen vakantiebijslag over overuren beperken:

  • Als een werknemer loon ontvangt dat meer bedraagt dan driemaal het wettelijk minimumloon, kunt u overeenkomen dat de werknemer geen recht heeft op vakantiebijslag dan wel recht heeft op een lager bedrag aan vakantiebijslag over het meerdere boven het drievoudige van het minimumloon.
  • In de cao mag worden bepaald dat er geen of minder recht is op vakantiebijslag over de overwerkvergoeding. Wel moet dan de som van loon plus vakantiebijslag altijd ten minste 108% van het minimumloon zijn in de referteperiode voor vakantiebijslag (in de regel is dit periode van 1 juni t/m 31 mei).

 

 

Plussen en minnen in de maatregelen voor 2021

Het kabinet heeft voor 2021 aardig wat gewijzigd voor bv’s en de VPB. Of de reeks maatregelen positief of negatief uitwerkt hangt sterk van uw situatie af.


 

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De wijziging die de meeste bv’s raakt is de aanpassing van de VPB-tarieven. Die zien er dit en komend jaar als volgt uit:

  • 2021:
    • Winst tot € 245.000: 15%
    • Daarboven: 25%
  • 2022:
    • Winst tot € 395.000: 15%
    • Daarboven: 25%

Het kabinet heeft de verlaging van het lage tarief doorgezet, want dit tarief stond vorig jaar nog op 16,5%. Bovendien gaat dit lage tarief langer gelden, want de grens lag in 2020 nog op € 200.000.

Volgens het kabinet vallen door het optrekken van de schijf 22.800 ondernemingen extra helemaal in het lage tarief met hun winst. Daarvan zijn er 21.000 mkb’er.

Verlaging van de baan

Tegenover de verdere verlaging van het lage tarief staat dat de eerder ‘beloofde’ verlaging van het hoge tarief naar 21,7% voorlopig van de baan is. Het kabinet heeft deze verlaging ook niet voor een later jaar op de planning gezet.

De veranderingen in de tarieven hebben een aantal gevolgen. Allereerst is het nóg voordeliger om te proberen de winst in 2021 onder de grens van het lage tarief te houden (zie het kader hieronder).

Gechargeerd gezegd is het verschil in tarief bij een winst van € 244.999 of € 245.001 namelijk 10 procentpunt, waar dat in 2020 nog 8,5 procentpunt is. Was de verlaging van het hoge tarief wél doorgegaan, was het verschil overigens teruggelopen tot 6,7 procentpunt.

De winst juist verminderen, hoe gaat dat in zijn werk?

Nu het ‘gat’ tussen het lage en het hoge tarief in de VPB groter is, wordt het aantrekkelijk om de winst onder het grensbedrag te houden. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld gebruikmaken van de investeringsaftrek op de aanschaf van bedrijfsmiddelen.

Dat kan via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), die start bij investeringen vanaf € 2.400. Voor meer duurzame bedrijfsmiddelen kunt u gebruikmaken van de milieu-investeringsaftrek (MIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) of de Vamil-regeling. Lees 'Aftrekfaciliteiten voor ondernemers' voor meer informatie over deze regelingen voor investeringsaftrek.


Voorzieningen
U kunt ook voorzieningen vormen uit de winst. Hiervoor gelden drie eisen:

  • De uitgaven vinden hun oorsprong in feiten en omstandigheden van vóór de balansdatum.
  • De toekomstige uitgaven kunnen aan die periode worden toegerekend.
  • Er is een ‘redelijke mate van zekerheid’ dat u de uitgaven ook zult doen.

Voor- en nadelen fiscale eenheid

Verder kunnen de nieuwe tarieven een fiscale eenheid voor de VPB in uw situatie minder aantrekkelijk maken. De Belastingdienst ziet de bv’s in de eenheid samen als één belastingplichtige. Dat heeft als voordeel dat de bv’s onderling winsten en verliezen kunnen verrekenen.

Maar de eenheid zorgt er ook voor dat de winsten van de bv’s worden opgeteld. Dat betekent dat de fiscale eenheid mogelijk sneller over de winstdrempel heen gaat, terwijl de afzonderlijke bv’s met hun winst nog keurig onder het lage tarief zouden vallen. Door het grotere verschil tussen het hoge en het lage tarief is dat dus ongunstiger.

Aan de andere kant kan het ook zijn dat door het oprekken van de grens naar € 395.000 uw fiscale eenheid juist plotseling volledig in het lage tarief valt.

Onbeperkt voorruit verliezen verrekenen

Ook een grote reikwijdte heeft de nieuwe regel dat bv’s vanaf 2022 onbeperkt vooruit verliezen mogen verrekenen. Nu is het nog zo dat een VPB-plichtige verliezen tot één boekjaar achteruit mag verrekenen, en zes jaar voorwaarts.

Deze maatregel neemt het kabinet over uit het rapport van de Commissie-Ter Haar, die onderzoek heeft gedaan naar belastingheffing bij multinationals. De onbeperkte voorwaartse verliesverrekening is namelijk ‘wisselgeld’ voor een beperking van de verrekening die het kabinet wil doorvoeren.

Verliezen zijn vanaf 2022 namelijk nog maar tot een bedrag van € 1 miljoen volledig te verrekenen met de winst. Boven die grens zijn de verliezen nog maar voor 50% verrekenbaar per jaar.

Dit moet voor multinationals de prikkel verminderen om veel verlies te verrekenen met het resultaat van de vennootschap die in Nederland winst maakt. Als u onder de grens van € 1 miljoen blijft, geeft het u dus vooral meer verrekeningsruimte.

Wijzigingen voor specifieke situaties

Ook drie andere wijzigingen in de VPB spelen vooral in specifieke situaties:

  • De regeling die aftrekmogelijkheden moest beperken (in artikel 10a van de Wet op de VPB om precies te zijn), kon in sommige gevallen juist tot een vrijstelling leiden voor ondernemingen. Daar heeft het kabinet een eind aan gemaakt.
  • De teruggave van dividendbelasting aan verlieslijdende VPB-plichtigen stopt in 2022 (zie het kader hieronder).
  • De liquidatie- en stakingsverliesregeling is ingeperkt. Met deze regeling kunnen ondernemingen die verlies lijden op bijvoorbeeld de liquidatie van een dochterbedrijf dit verrekenen met de winst. Deze wijziging houdt in dat ondernemingen deze verliezen binnen drie jaar in aanmerking moeten nemen. Er zijn nog andere beperkingen, maar die komen pas in beeld bij verliezen van meer dan € 5 miljoen.

Kabinet sleutelt aan teruggave dividendbelasting

Het kabinet grijpt ook in bij de verrekening van dividendbelasting met de VPB. Dat gebeurt vanwege het ‘Sofina’-arrest van het Europese Hof van Justitie.

Nu is het zo dat Nederlandse VPB-plichtigen betaalde dividendbelasting kunnen verrekenen met de verschuldigde VPB. Maken zij verlies en is er dus geen VPB verschuldigd, dan krijgen zij de betaalde dividendbelasting terug van de Belastingdienst. Buitenlandse VPB-plichtigen die verlies lijden krijgen die echter niet terug.

Het Hof heeft geoordeeld dat soortgelijke regels in Frankrijk niet door de beugel kunnen. Volgens het kabinet is het ‘niet ondenkbeeldig’ dat het Hof ook de Nederlandse situatie af zou keuren.

Oplossing
Om deze ongelijke behandeling op te lossen wil het kabinet dat ook Nederlandse ondernemingen die verlies lijden deze teruggave vanaf 2022 niet meer krijgen. De dividendbelasting is dan alleen nog te verrekenen als de onderneming VPB moet betalen, en dus winst maakt.

Als tijdelijke oplossing kunnen buitenlandse verlieslijdende VPB-plichtigen de teruggave óók krijgen. Dit kost de schatkist naar verwachting € 910 miljoen in 2021.

Prikkel beperking renteaftrek

Dan is er nog een maatregel die ‘boven de markt’ blijft hangen: verdere beperking van renteaftrek voor ondernemingen. Op Rendement Online kon u al lezen dat het kabinet iets wil doen aan de fiscale prikkel voor ondernemingen om zich eerder met schulden te financieren dan met eigen vermogen.

Op dit moment geldt er al een algemene renteaftrekbeperking, ook wel bekend als de ‘earningsstrippingmaatregel’. Daardoor is de rente niet meer aftrekbaar voor de VPB als het saldo van ontvangen en betaalde rente in een jaar hoger is dan 30% van het bedrijfsresultaat (EBITDA) of € 1 miljoen. Het kabinet heeft eerder al gezinspeeld op een verdere beperking, bijvoorbeeld door het percentage terug te schroeven van 30% naar 25% of 20%.

Nog snel in innovatiebox

Als uw onderneming de speciale innovatiebox in de VPB wil gebruiken, was het raadzaam geweest om dat als het even kon nog vorig boekjaar te doen. Het tarief in de innovatiebox is in 2021 namelijk gestegen van 7% naar 9%.

De innovatiebox geldt voor een ‘immaterieel activum’ dat uw onderneming zelf ontwikkelt, zoals programmatuur of de ontwikkeling van een nieuwe technische toepassing. Een van de voorwaarden is dat u een octrooi of S&O-verklaring heeft gekregen voor deze vinding.

Evenwichtige behandeling vermogen

Zo ver is het vooralsnog niet. Maar het streven om ‘de fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen meer evenwichtig te maken’ is er nog steeds.

Het kabinet zal het verder aanscherpen van de earningsstrippingmaatregel meenemen bij een onderzoek naar de invoering van een zogeheten vermogensaftrek. Die regeling geeft ondernemingen simpel gezegd fiscaal voordeel op eigen vermogen.

In het verleden is hier wel al op gestudeerd, bijvoorbeeld door de Commissie-Van Weeghel in 2010. Die stelde een systeem voor waarbij een ondernemer met een positief eigen vermogen een forfaitaire aftrek krijgt van bijvoorbeeld 4% van dat eigen vermogen.

Bij een negatief eigen vermogen zou een ‘vermogensbijtelling’ volgen. Een concreet voorstel voor een vermogensaftrek is er nog niet. Het gaat namelijk om een ‘ingrijpende wijziging’, en dus wil het kabinet er eerst meer onderzoek naar doen.

 

 

De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting

De deelnemingsvrijstelling is een belangrijk onderdeel van de VPB. De vrijstelling voorkomt namelijk dubbele belastingheffing bij een deelneming. De deelnemingsvrijstelling komt om de hoek kijken bij de ontvangst van voordelen uit de deelneming. Maar (helaas) ook bij verliezen op een deelneming.


 

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De deelnemingsvrijstelling geldt voor vennootschappen die Nederlandse VPB betalen. Een vennootschap moet in Nederland VPB betalen als zij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de vennootschap is een rechtspersoon zoals een bv, nv of stichting;
  • de vennootschap is in Nederland gevestigd.

Dubbele belastingheffing voorkomen

De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat in een groep van vennootschappen dubbele belastingheffing plaatsvindt. Op basis van de deelnemingsvrijstelling krijgt de moedermaatschappij namelijk een belastingvrijstelling voor de winsten van de dochtermaatschappijen.

De dochter(s) heeft (hebben) immers al belasting betaald over de eigen winsten. Bij die winsten gaat het bijvoorbeeld om ontvangen dividend en om de behaalde winst bij de verkoop van een deelneming.

Geen deelnemingsvrijstelling van toepassing

De deelnemingvrijstelling kan niet worden geclaimd door:

  • ondernemers die IB -ondernemer zijn;
  • fiscale beleggingsinstellingen (wel VPB-plichtig, maar tegen een nultarief);
  • maatschappen en andere samenwerkingsverbanden die niet zelfstandig aan Nederlandse VPB zijn onderworpen;
  • vennootschappen die zijn opgenomen in een fiscale eenheid met een andere vennootschap en daardoor niet zelfstandig VPB-plichtig zijn;
  • lichamen die zijn vrijgesteld voor de VPB, zoals bijvoorbeeld overheidslichamen en stichtingen die geen materiële onderneming drijven;
  • buitenlandse lichamen die geen onderneming in Nederland drijven.

Verlies is niet aftrekbaar

De deelnemingsvrijstelling ziet echter niet alleen op winsten maar ook op waardedalingen van de deelneming. Het verlies op een deelneming mag u dus niet aftrekken van de fiscale winst.

De deelnemingsvrijstelling heeft dus niet alleen maar voordelen. Aan-en verkoopkosten van een deelneming zijn ook niet aftrekbaar.

Hoofdregel deelneming

Er is sprake van een deelneming als de moedermaatschappij voor tenminste 5% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Dit is de hoofdregel . In artikel 13, lid 2 van de Wet VPB staan nog andere deelnemingssituaties.

Door de meesleepregeling kunnen andere belangen als deelneming worden aangemerkt

De meesleepregeling

Er zijn meerdere situaties waarbij echter niet aan die 5%-eis wordt voldaan maar er toch sprake is van een deelneming. Zo kunnen door de meesleepregeling ook andere belangen als deelneming worden aangemerkt.

De meesleepregeling geldt ook voor winstbewijzen en hybride leningen. Heeft u een deelneming, dan vallen de daarbij behorende winstbewijzen dus ook onder deze deelneming. Hetzelfde geldt voor aan deelnemingen verstrekte hybride leningen. Deze leningen worden daarom ook deelnemerschapsleningen genoemd.

Voorwaarde is dat er op basis van de hoofdregels al een deelneming bestaat. Winstbewijzen en hybride leningen kunnen op zichzelf nooit een deelneming vormen. Zij worden ‘meegesleept’ bij een al bestaande deelneming.

De meetrekregeling

Naast de meesleepregeling is er ook een zogenoemde meetrekregeling. Op basis van deze regeling moet u een belang dat minder is dan 5% onder bepaalde voorwaarden toch als deelneming aanmerken. Dit is namelijk het geval als een zogeheten ‘verbonden lichaam’ wel een deelneming heeft. Dit is dus een versoepeling van de hoofdregels.

Kwalificerende beleggingsdeelneming of niet?

Worden aandelen aangehouden als belegging, dan gelden voor deze belangen andere regels. De deelnemingsvrijstelling is namelijk wel van toepassing op kwalificerende beleggingsdeelnemingen, maar niet op niet-kwalificerende beleggingsdeelnemingen. De wetgever wil hiermee namelijk voorkomen dat de deelnemingsvrijstelling ook van toepassing is op beleggingsdeelnemingen in landen met een laag belastingtarief.

Van een kwalificerende beleggingsdeelneming is sprake als:

  • de deelneming onderworpen is aan een winstbelasting die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing (onderworpenheidstoets), of
  • de bezittingen van de deelneming doorgaans (on)middellijk voor minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen (bezittingentoets)

Voldoet de deelneming aan een van beide toetsen, dan is de deelnemingsvrijstelling van toepassing.

Bij de onderworpenheidstoets wordt de buitenlandse belastingheffing over de winst van de deelneming vergeleken met de heffing naar Nederlandse maatstaven. Een tarief van 10% is normaal gesproken een reële heffing.

Definitie verbonden lichaam

Voor de definitie van het begrip ‘verbonden lichaam’ geldt het zogeheten ‘een derde belang’-criterium. In de volgende (kort omschreven) situaties is een lichaam met uw vennootschap ‘verbonden’:

  • uw vennootschap is voor ten minste een derde deel aandeelhouder van het lichaam;
  • het lichaam is voor ten minste een derde deel aandeelhouder van uw vennootschap;
  • het lichaam maakt met uw vennootschap deel uit van een fiscale eenheid voor de VPB;
  • een andere rechtspersoon is voor ten minste een derde deel aandeelhouder van het lichaam terwijl deze andere rechtspersoon ook voor ten minste een derde deel aandeelhouder is van uw vennootschap.

De regeling is ook weer van toepassing op winstbewijzen en hybride geldleningen.

Er is nog een versoepeling van de 5%-eis. De wet bepaalt dat de deelnemingsvrijstelling nog drie jaar voortduurt als het belang onder de 5% is gedaald. Strikt genomen is er dan eigenlijk geen sprake meer van een deelneming.

Maar de regels van het ‘aflopend belang’ bepalen dat u de deelnemingsvrijstelling dan toch kunt toepassen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • het aandelenpakket is meer dan een jaar in uw bezit;
  • op het aandelenpakket is de deelnemingsvrijstelling onafgebroken van toepassing geweest.

De laatste uitzondering op de 5%-eis geldt voor aandelen in vennootschappen uit de Europese Unie. Een belang van minder dan 5% is toch een deelneming als:

  • het gaat om aandelen in een vennootschap die gevestigd is in EU-lidstaat;
  • het aandelenpakket wel minimaal 5% van de stemrechten vertegenwoordigt;
  • met de EU-lidstaat een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting is gesloten;
  • in het verdrag een verlaging op de belastingheffing van dividenden is overeengekomen op grond van het aantal stemrechten.

Het is niet noodzakelijk vooraf een toepassingsverzoek in te dienen

Geen verzoek noodzakelijk

De deelnemingsvrijstelling is van rechtswege van toepassing. Het is dus niet noodzakelijk om hiervoor een toepassingsverzoek bij de Belastingdienst in te dienen. Wel kan natuurlijk altijd aan de fiscus vooraf worden gevraagd of in een bepaalde (toekomstige) situatie de deelnemingsvrijstelling van toepassing zal zijn of niet.

Als deelneming kunnen soms ook belangen in lichamen waarvan het kapitaal niet in aandelen is verdeeld worden aangemerkt.

 

 

Mag ik over door mij betaalde goodwill fiscaal afschrijven?

Mag ik over door mij betaalde goodwill fiscaal afschrijven?

Of u over betaalde goodwill mag afschrijven is afhankelijk van de ondernemingsvorm waar u mee te maken heeft en op welke wijze de overdracht plaatsvindt.

Heeft u te maken met een overname van een onderneming die niet in aandelen is verdeeld (denk daarbij aan een eenmanszaak of een vof) dan vindt een bedrijfsoverdracht altijd plaats via een zogenoemde activa-passivatransactie.

Voor een bv daarentegen bestaat ook de mogelijkheid van een aandelentransactie. Bij een activa-passivatransactie worden alleen, zoals de naam het al zegt, de activa en passiva overgedragen. Bij een aandelentransactie worden echter de aandelen van de bv aan u overgedragen.

Er zijn aanzienlijke verschillen tussen deze twee vormen van transactie. Voor wat betreft de goodwill wordt vaak over het hoofd gezien hoe de fiscale gevolgen van goodwill de prijs van een transactie kunnen beïnvloeden.

Intrinsieke waarde

Goodwill voor een onderneming is het verschil tussen de prijs die betaald wordt voor de onderneming en de fiscale boekwaarde (ook wel: de intrinsieke waarde). In de regel geldt dat bij een activa-passivatransactie de koper eventuele goodwill fiscaal mag afschrijven.

Bij een aandelentransactie is dit daarentegen niet mogelijk. Omdat bij een activa-passivatransactie voor u als koper de mogelijkheid bestaat de betaalde goodwill fiscaal af te schrijven, is uw belastbare winst en daarmee dus ook uw belastingheffing lager. De goodwill wordt overigens over een periode van tien jaar afgeschreven.

Vanuit de verkoper gezien is de keerzijde van een activa-passivatransactie dat de verkopende partij direct belasting moet betalen over de ontvangen goodwill. Bij een aandelentransactie is er geen sprake van directe belastingheffing, als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Een eventueel vervreemdingsvoordeel wordt dan onbelast ontvangen door de holding.

Pas als de holding naar privé het vervreemdingsvoordeel uitkeert komt de belastingheffing om de hoek kijken. Daar waar de koper een voordeel heeft, heeft de verkoper dus een nadeel.

Dit antwoord is geschreven door mr. Sascha Jacobs, Jacobs & partner belastingadviseurs te Heerlen.

 

 

Handreiking Bijtelling fiets van de zaak geactualiseerd

 

De Belastingdienst heeft de handreiking ‘Bijtelling fiets van de zaak’ aangepast. Vanaf 1 januari 2020 geldt 7% bijtelling voor de fiets die de werkgever voor woon-werkverkeer ter beschikking stelt aan de werknemer. Dit is ook van toepassing op een elektrische fiets en een speed pedelec.

Als de werknemer de fiets van de zaak voor woon-werkverkeer mag gebruiken, gaat de Belastingdienst ervan uit dat de fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat. Voor dit privégebruik moet de werkgever per kalenderjaar een bedrag bij het loon tellen.

Waarde privégebruik fiets

De waarde van het privégebruik is 7% van de consumentenadviesprijs die de fabrikant of importeur bekendmaakt. Dit is de consumentenprijs inclusief omzetbelasting. Als de oorspronkelijke prijs niet is te achterhalen, kan de werkgever uitgaan van de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets.

Accessoires en fietsverzekering

Bij een fiets die ter beschikking is gesteld, is de vergoeding of verstrekking van accessoires die verband houden met de fiets geen loon, maar een vergoeding voor intermediaire kosten. Dit heeft geen invloed op de bijtelling. Dit geldt ook voor een vergoeding of verstrekking van een fietsverzekering. Voorbeelden van accessoires die verband houden met de fiets zijn: reparatiekosten, een extra slot, fietstassen, fietsmandje of een steun voor de tas. Een regenpak dat aan de werknemer ter beschikking is gesteld is wel loon van de werknemer. Maar de werkgever kan dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon. Het bedrag komt ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaalt de werkgever 80% eindheffing.

Loon in natura

De bijtelling voor het privégebruik van de fiets is loon in natura. Tel jaarlijks 7% bij het loon van de werknemer. De werkgever moet daarover loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden, premies werknemersverzekeringen betalen en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen of de bijdrage Zvw inhouden.

Aanwijzen als eindheffingsloon

De bijtelling mag de werkgever ook aanwijzen als eindheffingsloon. Het bedrag komt ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaalt de werkgever 80% eindheffing.

Eigen bijdrage

De eigen bijdrage die de werknemer betaalt vanuit zijn nettoloon mag de werkgever in mindering brengen op de bijtelling. Het saldo van de bijtelling privégebruik fiets en de eigen bijdrage voor privégebruik van de werknemer mag op kalenderjaarbasis niet negatief zijn.Betalingen aan derden komen niet in mindering op de bijtelling, zoals de kosten van het thuis opladen van de accu van een elektrische fiets van de zaak.

Geen tegenbewijs mogelijk

Anders dan bij de auto van de zaak is het niet mogelijk om bij gering privégebruik tegenbewijs te leveren. De bijtelling fiets geldt altijd als een werknemer een ter beschikking gestelde fiets voor woon-werkverkeer mag gebruiken.

Kilometervergoeding

Een vergoeding voor de kilometers die de werknemer rijdt met de fiets van de zaak geldt als belast loon voor de werknemer. Er is namelijk sprake van vervoer vanwege de werkgever. De werkgever mag dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon. Dit komt ten laste van de vrije ruimte.

 

 

Mondkapje op het terras: wat zijn de regels?

Is horecapersoneel alleen binnen verplicht om een mondkapje te dragen? En moet dat ook achter de schermen? En hoe zit het met de regels over mondkapjes op het terras?

Eerste publicatie 10 mei 2021Laatst gewijzigd 21 mei 202156446x gelezen

 

De standaard corona regels gelden ook voor het personeel. Dat betekent dat ze binnen verplicht een mondkapje moeten dragen, maar buiten op het terras niet, zo laat branchevereniging KHN weten. ‘Echter moet je wel bedenken dat als het personeel geen 1,5 m afstand kan houden van de gast, of van elkaar – bijvoorbeeld wanneer je met meerdere medewerkers achter een buitenbar staat – dan kan een mondkapje wel wenselijk kan zijn. Maar vooralsnog staat dit nergens als verplichting omschreven.’

Wanneer je vanaf het terras steeds naar binnen moet voor een nieuwe bestelling, zou je uit voorzorg het mondkapje op kunnen houden.

Mondkapjes verplichting

Rijksoverheid meldt dat alleen voor toilet- of garderobebezoek mogen bezoekers naar binnen. Dan moet het mondkapje wel worden gedragen. Dus in geval van regen mag er niet geschuild worden. Gasten mogen uiteraard wel naar binnen voor het toilet, de jas op te hangen, om te betalen of door de zaak naar de binnentuin te lopen.

Wat is de definitie van een ‘terras’?

Rijksoverheid omschrijft terrassen als ruimtes in de buitenlucht, waarbij de bovenkant open is of het terras aan 3 kanten open is. Het kan ook een buitenterras zijn op bijvoorbeeld een boot die stilligt aan de kade met een horecafunctie. Buitenterrassen van sportaccommodaties en -kantines zijn uitgesloten. Buitenterrassen van locaties die nog gesloten zijn, zoals pretparken, rondvaartboten of dierenparken, blijven voor nu gesloten.

KHN meldt: ‘Een serre staat doorgaans niet op je vergunning als terras en valt hier waarschijnlijk niet onder. Ga in gesprek met jouw gemeente om te kijken wat er mogelijk is.’

Lees ook:

Het ideale horecaterras: van inrichting tot personeel

Hoe haal je de meeste omzet uit je terras? Hoe richt je het in? Hoe train je je terraspersoneel? Wat zijn de ideale terrasdrankjes?

 

Waar en wanneer geldt de mondkapjesplicht?

De mondkapjesplicht geldt in alle publieke binnenruimten, stationsgebouwen en luchthavens. Voorbeelden van publieke binnenruimten zijn winkels, musea, benzinestations, restaurants, cafés, hotels, afhaalzaken, theaters en concertzalen. Een mondkapje is niet verplicht als mensen een vaste zitplaats hebben. Concreet betekent dit dat in bijvoorbeeld restaurants of theaters het mondkapje af mag wanneer mensen aan tafel of in de zaal plaatsnemen. Wanneer vervolgens wordt opgestaan om naar het toilet of naar buiten te gaan, moet het mondkapje weer worden gedragen. De verplichting geldt ook voor het horecapersoneel in de publieke ruimte, niet alleen wanneer er gasten in de zaak zijn, zo meldt KHN. Ook met een mondkapje op blijft de basisregel van 1,5 meter afstand houden bestaan.

Wel of geen face shield?

Wanneer dat ten goede komt aan een gezonde en veilige werkomgeving kan een werkgever beslissen dat een medewerker ook een face shield kan dragen. Bijvoorbeeld als een werknemer anders acht uur lang met een kapje op zou moeten staan. In dergelijke situaties mag ‘je ruimte bieden als werkgever’ om een ‘face shield’ te dragen. Het moet dan wel gaan om een spatscherm dat het hele gezicht bedekt, en niet ‘zo’n half ding onder je kin’, aldus Hugo De Jonge, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Belangrijk is dat personeel onderling nog steeds afstand van elkaar houdt. Houd er rekening mee dat spatschermen niet dezelfde werking hebben als mondkapjes. Er kan nog steeds lucht langszij stromen. Een sjaal of bandana is niet toegestaan als alternatief voor een mondkapje.

 

Moet mijn personeel achter de schermen ook een mondkapje op?

Nee, want dat is geen publieke ruimte. Op kantoor hoeven werknemers ook geen mondkapje te dragen. Echter moet er wel 1,5 meter afstand gehouden worden en als dat niet mogelijk is (bijvoorbeeld in een kleine keuken), dan gelden de richtlijnen voor contactberoepen en dan moeten de werknemers wel een mondkapje dragen, zo laat KHN weten. Ook mag er van de plicht worden afgeweken als een werknemer anders acht uur lang met een kapje op zou moeten staan, zegt minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) uit. In dat geval zijn face shields die het hele gezicht bedekken toegestaan.

Mondkapje verplicht door werkgever?

Ook wanneer een medewerker niet werkt in een publieke binnenruimte of in een contactberoep, kan een werkgever het dragen van een monddoekje verplicht stellen. De werkgever moet namelijk zorgen voor een gezonde en veilige werkplek. Draagt iedereen een mondkapje op het werk? Dan kan dit helpen bij het voorkomen van verspreiding van het coronavirus. ‘Mondkapjes beschermen vooral de ander. En zo beschermen we elkaar’, zo meldt Rijksoverheid.

Lees ook:

Een vorkje prikken op het terras moet, zeker in coronatijd, geen worsteling worden. Zorg daarom voor terrasproof eten.

Wat zijn de ideale gerechten voor op het terras?

 

Mag ik een persoon die geen mondkapje draagt de toegang weigeren tot mijn horecazaak?

Ja dat mag, zo laat KHN weten. Een beheerder van een gebouw, dus de horecaondernemer, kan eigen regels stellen aan het toetreden van een gebouw. Dit kan ook een verplichting zijn tot het dragen van een mondkapje.

Wat als iemand de zaak in loopt zonder mondkapje. Wie moet er dan ingrijpen?

Het dragen van een mondkapje is een verplichting. Als horecaondernemer kan je de gast daar op aanspreken. Als er echt een overlast situatie ontstaat, kan je handhaving of de politie benaderen. Maar dat geldt voor elke overlast situatie.

 

 

Hoe lang moet je de contactgegevens van gasten bewaren?

Ondernemers zijn sinds eind vorige zomer verplicht om gasten te vragen om hun contactgegevens achter te laten. Maar hoe lang moet je die contactgegevens bewaren?

ARTIKELHORECABRANCHEBREEDWET- EN REGELGEVINGUITGELICHTRESTAURANTKHNHOTELHORECACORONAVIRUSCAFÉ

Eerste publicatie 25 mei 2021Laatst gewijzigd 7 jun 20218041x gelezen

 

  • Als de gegevens met toestemming van de gast worden geregistreerd, zullen die na 14 dagen moeten worden vernietigd.
  • De horeca moet voor buiten en straks voor binnen, ongeacht de omvang van de horecagelegenheid, werken op basis van reservering (vooraf of aan de deur), een gezondheidscheck zonder registratie van antwoorden, het toekennen van een vaste zitplaats (placering) aan een tafel of aan de bar en vragen om contactgegevens van bezoekers.
  • Ten behoeve van bron- en contactonderzoek door de GGD registreert de horeca contactgegevens waaronder naam en telefoonnummer.
  • KHN adviseert: Vraag of de gast, bij een positief antwoord op een van de vragen van de gezondheidscheck, naar huis wil gaan.

Lees ook:

Hoe registreer je jouw gasten makkelijk en snel in de horeca?

 

  • Horecaondernemers zijn verplicht de gast te vragen om de naam en contactgegevens van gasten te registreren voor een eventueel bron- en contactonderzoek van de GGD.
  • Gasten laten die naam en contactgegevens op vrijwillige basis registreren.
  • De geregistreerde naam en contactgegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor bron- en contactonderzoek door de GGD en op verzoek van de GGD.
  • Als gasten geen naam of contactgegevens willen achterlaten, dan mogen zij niet worden geweigerd.
  • Persoonlijke gegevens achterlaten bij een horecagelegenheid om contactonderzoek makkelijk te maken bij een corona-uitbraak, 82 procent van de horecagasten vindt dit prima, zo blijkt uit eerder onderzoek.
  • In verband met privacywetgeving is een horecagast echter niet verplicht om de gegevens ook daadwerkelijk achter te laten. 64 procent van de ondervraagde Nederlanders zou wel achter een verplichting staan.

 

Voorbeelden registratieformulier

Zowel Rijksoverheid als KHN stelde een handige gezondheidscheck & registratieformulier bron- en contactonderzoek contactgegevens op.

 

 

 

TVL voor startende ondernemers

Hebt u klanten die zich tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 als ondernemer hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Dan kunt u mogelijk voor die klanten de steunmaatregel Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor starters aanvragen. De onderneming van uw klant moet gevestigd zijn op een ander adres dan zijn woonadres.

 

De TVL over het 1e kwartaal 2021 voor startende ondernemers is geopend van 31 mei, 09.00 uur tot 12 juli 17.00 uur. Komt uw klant in aanmerking voor de regeling, dan kunt u een aanvraag voor hem doen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

 

Veel startende ondernemers kunnen geen gebruik maken van de reguliere TVL omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen. Zij beschikken niet over omzetcijfers uit de referentieperiode in 2019 of ze startten na 15 maart 2020. Bij de TVL voor startende ondernemers is de referentieperiode het 3e kwartaal van 2020.

 

Voorwaarden

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor TVL voor startende ondernemers zijn grotendeels hetzelfde als bij de reguliere TVL. Het subsidiepercentage blijft 85% en de minimale vaste lasten zijn € 1.500 per kwartaal. Een startende onderneming die onderdeel is van een groep ondernemingen wordt niet gezien als een starter en kan geen gebruik maken van de regeling. Alle voorwaarden leest u terug op de internetsite van RVO, waar u ook de aanvraag kunt indienen.

 

Kiezen uit 2 kwartalen

Vanaf het 2e kwartaal 2021 wordt de TVL voor startende ondernemingen opgenomen in de algemene TVL-regeling. U kunt voor uw klant dan kiezen uit 2 kwartalen als referentieperiode: het 2e kwartaal van 2019 of het 3e kwartaal van 2020.

 

Meer informatie en aanvragen

Op de internetsite van RVO vindt u alle informatie over de regeling en kunt u de aanvraag indienen.

 

Bron: rijksoverheid.nl

 

Wet tegemoetkomingen loondomein

 

Vanaf 3 juni verstuurt de Belastingdienst de beschikkingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2020. Als u (of uw klant) over 2020 recht heeft op één of meer tegemoetkomingen, dan ontvangt u de beschikking vóór 1 augustus 2021.

 

In de beschikking staat het bedrag dat u of uw klant zal ontvangen voor de loonkostenvoordelen, het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV. Dit bedrag is gebaseerd op de definitieve berekening die als bijlage bij de beschikking zit. Binnen 6 weken na dagtekening van de beschikking betaalt de Belastingdienst het bedrag uit.

 

Afrondingsverschillen verloonde uren

Denkt u dat de beschikking niet juist is? Controleer dan eerst of dit komt door afrondingsverschillen. Hiervoor vergelijkt u de beschikking met de verloonde uren uit de aangiften loonheffingen. In de aangiften loonheffingen zijn de uren namelijk afgerond op hele uren. Op basis hiervan berekent UWV de tegemoetkomingen Wtl.

 

U vergelijkt de beschikking dus niet met de uren uit de loonadministratie.

 

Bezwaar

Als u het niet eens bent met de beschikking, kunt u bezwaar maken. In de beschikking vindt u het adres en wanneer het bezwaar uiterlijk bij de Belastingdienst binnen moet zijn.

 

Fouten in aangiften over 2020

Correctieberichten na 1 mei 2021 neemt UWV niet mee in de definitieve berekening. De gegevens uit de correctieberichten worden wel opgenomen in de polisadministratie. U bent nog steeds verplicht om een fout te herstellen door de aangifte te corrigeren.

 

Bron: Forum Salaris

 

 

 

Nieuwe versie online aangifte erfbelasting 2021 beschikbaar

Als u aangifte erfbelasting voor uw klant doet vanwege een overlijden in 2021, kunt u gebruikmaken van de nieuwe online aangifte in Mijn Belastingdienst.

Wat is er nieuw? In de online aangifte erfbelasting 2021 is het nu mogelijk om gegevens van de onderneming in te vullen.

Meer informatie

U leest meer over het gebruik van de online aangifte in Online aangifte erfbelasting 2021 beschikbaar.

 

Bron:belastingdienst.nl

 

 

Handreiking adreswijziging vernieuwd

Uw klant hoeft een adreswijziging meestal niet aan de Belastingdienst door te geven, omdat de gemeente dat doet. Er zijn situaties waarin uw klant de Belastingdienst wél moet informeren met een adreswijziging. Welke situaties zijn dat?

 

In de vernieuwde ‘Handreiking adreswijziging’ zetten we enkele situaties op een rij. U leest onder andere meer over het gebruik van een postadres, wat er gebeurt als de onderneming van uw klant verhuist en wat u moet doen als uw klant niet in Nederland woont en verhuist.

 

 

Meewerkende partner in het bedrijf: zo verloont u dat

Loonzaken

 

Het gebeurt regelmatig dat een dga zijn of haar partner ook laat meewerken in het bedrijf. Dat kan als zzp'er, vrijwilliger of in dienstbetrekking. Maar hoe moet dit geadministreerd worden en wat zijn de regels? We leggen het uit.

 

Voor vergoeding van je meewerkende partner zijn 5 mogelijkheden:

  1. meewerkaftrek
  2. reële beloning / arbeidsbeloning partner
  3. formele arbeidsovereenkomst
  4. vennootschap onder firma
  5. besloten vennootschap

Meewerkaftrek

De meest eenvoudige vorm is de meewerkaftrek. Dit houdt in dat het bedrijf een percentage mag aftrekken van de winst. Hoe meer uren de partner meewerkt, hoe hoger dit percentage is. Een bedrijf mag de meewerkaftrek hanteren als het aan alle volgende voorwaarden voldoet:

  • het bedrijf/de ondernemer is ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • het bedrijf/de ondernemer voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur;
  • de fiscale partner werkt 525 uren of meer zonder vergoeding in de onderneming, of de vergoeding die de het bedrijf/de ondernemer hiervoor betaalt is minder dan 5.000 euro.

Lees ook: De arbeidsverhouding van de partner: zoek de verschillen

Arbeidsbeloning ofwel reële beloning

De meewerkende partner krijgt een vergoeding voor gewerkte uren. De hoogte van deze arbeidsbeloning moet reëel zijn voor het werk dat de partner doet. Betaalt het bedrijf/de ondernemer de fiscale partner 5.000 euro of meer aan arbeidsbeloning? Dan mag het bedrijf/de ondernemer dat bedrag aftrekken van de winst. De meewerkende partner betaalt dan wel inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Het bedrijf/de ondernemer mag elk jaar opnieuw kiezen voor meewerkaftrek of reële beloning / arbeidsbeloning.

Lees ook: Update handreiking aanmelden als werkgever

Formele arbeidsovereenkomst

Het bedrijf/de ondernemer neemt je meewerkende partner in loondienst en sluit een arbeidsovereenkomst af. De partner heeft gelijke rechten als eventueel overig personeel, zoals het minimumloon, doorbetaling bij ziekte en sociale vangnetten. Over het loon dat het bedrijf/de ondernemer aan de partner betaalt, betaalt hij loonheffingen. Als de partner de eerste werknemer is, meldt het bedrijf/de ondernemer zich aan als werkgever bij de Belastingdienst.

Lees ook: Nieuwe rekenregel voor gebruikelijk loon dga

Meewerkend partner in een vof

Ondernemer richt dan samen met de meewerkende partner een vennootschap onder firma (vof) op. Gaat het om een man en een vrouw (getrouwd of geregistreerd partnerschap) die samen een vof oprichten? Dan wordt het ook wel een man-vrouwfirma genoemd. Een man-vrouwfirma is geen aparte rechtsvorm en is ook mogelijk voor niet-heteroseksuele koppels.

Ziet de Belastingdienst beide partners allebei als ondernemer voor de inkomstenbelasting? Dan hebben zij allebei recht op de ondernemersaftrek. Wel moeten zij beiden per persoon wel voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per kalenderjaar.

Door de coronacrisis kan het lastig zijn om aan dit urencriterium te voldoen. De Belastingdienst heeft daarom het urencriterium voor 2020 versoepeld. Ondernemers mogen in de aangifte inkomstenbelasting voor de periode 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 opgeven dat zij in die periode tenminste 24 uur in je bedrijf hebben gewerkt. Ook als zij dit in werkelijkheid niet hebben gedaan. Nadeel van een man-vrouwfirma is beide partners aansprakelijk zijn met het privévermogen. Huwelijkse voorwaarden hebben geen effect.

Is de rechtsvorm op dit moment een eenmanszaak? Dan kan de ondernemer die omzetten naar een vof. Het is niet nodig om hiervoor naar een notaris te gaan. Overleg met een adviseur/fiscalist over mogelijke fiscale gevolgen.

Lees ook: Dga mag minder dan minimumloon verdienen

Meewerkend partner in een bv

Ondernemers kunnen ook samen met de meewerkende partner kiezen voor een besloten vennootschap (bv). Een bv is een rechtspersoon. Voor de oprichting van een bv moet u naar de notaris. Een bv als rechtsvorm heeft verschillende voordelen. Zo zijn de partners (in principe) niet persoonlijk aansprakelijk voor eventuele schulden. Er zijn uitzonderingen. Bestuurders in een bv zijn bijvoorbeeld aansprakelijk bij wanbeleid of als de bv nog niet is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

De bv wordt bestuurd door 1 of meer bestuurders, die vaak de titel directeur hebben. De ondernemer en de partner kunnen allebei directeur in de bv zijn. Ondernemers die zelf op samen met de fiscale partner meer dan 5 procent van de aandelen hebben worden directeur-grootaandeelhouder (dga) genoemd. Zij krijgen te maken met de gebruikelijkloonregeling. Dat geldt ook voor de meewerkende fiscale partner. Het gebruikelijk loon is in 2021 minimaal 47.000 euro.

Lijdt het bedrijf/de ondernemer met de onderneming omzetverlies door de coronacrisis? Dan kunnen zij zonder toestemming vooraf het gebruikelijk loon verlagen. Deze verlaging zorgt voor minder belastingdruk omdat het loonheffingsdeel van dat gebruikelijk loon mee daalt. Hiervoor gelden wel voorwaarden. Zo mag de verlaging maximaal gelijk zijn aan de daling van de omzet van je bedrijf. De rekening-courantschuld of het dividend mogen ook niet toenemen door het lagere loon.

De aandeelhouders van een bv zijn eigenaar van de bv. Aandeelhouders worden beloond met dividend.

Zijn beide partners aandeelhouder? In de statuten van een bv staat meestal dat de vergadering van aandeelhouders beslist over de bestemming van de winst. Deze kan als dividend aan de aandeelhouders worden uitgekeerd. De bv houdt over deze winstuitkering dividendbelasting in. Als de ondernemer, eventueel samen met de fiscale partner, minimaal 5% van de aandelen in bezit heeft wordt de winstuitkering daarna in privé belast in box 2 van de inkomstenbelasting.

Gaat de partner meewerken in een al bestaande onderneming? Dan kan de ondernemer ook onderbrengen in een bv. Dan wijzigt de rechtsvorm. Bijvoorbeeld van eenmanszaak naar bv. Hiervoor moet u naar een notaris.

Lees ook: Gebruikelijk loon dga 2021

Wat is gunstiger?

Welke mogelijkheid voor het bedrijf/de ondernemer en de meewerkende partner het meest gunstig is, hangt af van de persoonlijke situatie. Andere inkomsten van de partner zijn bijvoorbeeld van invloed. Vraag daarom een accountant of boekhouder om advies.

Bron: Kvk

 

 

Maximum uurprijzen kinderopvang 2022 gepubliceerd

Toeslagen

 

De minister van SZW heeft een ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag naar de Tweede Kamer gestuurd. De wijzigingen betreffen de indexatie van de toetsingsinkomens en de maximum uurprijzen voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang en de verruiming van de koppeling gewerkte uren voor buitenschoolse opvang.

De maximum uurprijzen bedragen per 1 januari 2022 voor:

  • dagopvang € 8,50;
  • buitenschoolse opvang € 7,31; en
  • gastouderopvang € 6,52.

Vanaf een toetsingsinkomen van € 127.939 in 2022 (€ 129.457 in 2021) ontvangt een ouder voor de kosten van kinderopvang van het eerste kind aan kinderopvangtoeslag 33,3% van de kosten.

Het aantal uren kinderopvang, dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, is gekoppeld aan het aantal gewerkte uren van de minstwerkende ouder. 140% van de gewerkte uren komt in aanmerking voor kinderopvangtoeslag bij dag- en gastouderopvang. Met ingang van 2022 geldt dat percentage ook voor buitenschoolse opvang.

 

 

 

 

 

FiscAlert juni 2021 | jrg 27 nr 6 | p.20-23


Boron: FISCALERT

FiscAlert zomertips

Begin de zomer goed en pak tot duizenden euro’s extra met onze 18 slimme en handige tips om geld te besparen èn geld te verdienen.


Wat ze qua weer gaat brengen, dat weten we niet. Maar als u de zomer gebruikt om uw geld- en belastingzaken bij te punten, hebben wij nog wel een paar concrete geldtips waarmee u direct aan de slag kan en waar veel geld mee te verdienen valt. Of te besparen.


VOOR JONGEREN EN STUDENTEN


1
Vraag belastinggeld terug

Veel scholieren en studenten laten geld liggen. Heb je een bijbaantje of een stagevergoeding waarover loonheffing is ingehouden? Dan doe je er goed aan om te checken of je geld kunt terugkrijgen van de Belastingdienst. Hoe? Doe aangifte. Of vul in elk geval de online aangifte in. Dat is de enige manier om erachter te komen of er niet ergens geld is blijven liggen. In 2021 is het nog mogelijk aangifte te doen over de jaren 2020, 2019, 2018, 2017 en 2016.

Aangifte doen kan op verschillende manieren. De aangifte-app is alleen geschikt voor eenvoudige aangiften. De app werkt niet als er ‘inkomsten uit overige werkzaamheden’ zijn (zoals bijvoorbeeld oppassen). Wie niets wil missen, gebruikt de online aangifte. Meer informatie op www.belastingdienst.nl/aangifte


2
Benut de toeslagen

Veel jongeren hebben vanaf hun achttiende recht op toeslagen. Dat blijken ze in de praktijk nog wel eens te vergeten. Voor een alleenstaande student is de zorgtoeslag in 2021 maximaal 107 euro per maand, netto (óók als de ouders de zorgverzekering betalen). En dan is er nog de misvatting dat studenten onder de 23 jaar nooit recht hebben op huurtoeslag. Fout. Studenten die een zelfstandige woonruimte (zie voor de definitie www.toeslagen.nl) huren, kunnen deze toeslag gewoon aanvragen.

Wacht niet te lang met aanvragen. Voor de toeslagen over 2020 moet de aanvraag vóór 1 september 2021 binnen zijn. Ga voor de berekening en de aanvraag van de toeslagen naar www.toeslagen.nl


3
Begin vroeg met beleggen

Iedereen kan een leuk kapitaal(tje) bij elkaar sparen. Hoe? Door maandelijks een vast bedrag opzij te zetten en dat in een wereldwijd beleggings- of indexfonds te storten. Saai? Absoluut. Maar hoe vroeger je daarmee begint, des te spectaculairder het resultaat. Iemand die 20 jaar lang maandelijks 100 euro belegt tegen gemiddeld 6 procent rendement (na aftrek van kosten en belastingen) bouwt een kapitaal op van ruim 45.000 euro. Ongemerkt. Doe je dit 50 jaar, dan leg je 60.000 euro in maar bouw je door de cumulatieve rendementen bijna 360.000 euro op! Een mooie en makkelijke manier om een beginkapitaaltje voor een huis of een pensioenpotje op te bouwen...

 

VOOR (BIJNA-)AOW’ERS


4
Meld uw partner aan voor pensioen

Woont u samen? Zorg dan dat het pensioenfonds daarvan op de hoogte is. Zou u komen te overlijden, dan keert het pensioenfonds alléén partnerpensioen uit als uw partner als zodanig bij het pensioenfonds is aangemeld. Om daarvoor in aanmerking te komen, zijn de voorwaarden per pensioenuitvoerder verschillend. In de regel moet u jonger zijn dan de AOW-leeftijd en is voor ongehuwde of niet-geregistreerde samenwoners een notariële samenlevingsovereenkomst verplicht.

Vraag bij de pensioenverzekeraar naar de voorwaarden voor het recht op nabestaandenpensioen en meld uw partner tijdig aan!


5
Plan lijfrente(s) en pak fiscaal voordeel

Zorg ervoor dat u uw lijfrente-uitkeringen tegen een zo laag mogelijk belastingtarief ontvangt. Veel mensen met een lijfrentepolis die vóór de AOW-leeftijd vrijvalt, kiezen er uiteindelijk voor om de uitkeringsfase pas ná de AOW-leeftijd te laten ingaan, terwijl ze in de tussenliggende periode hun inkomen aanvullen met box 3-vermogen. Dat levert fiscaal een win-win-situatie op: door eerst het eigen box 3-vermogen op te eten, is minder vermogensrendementsheffing verschuldigd en door de lijfrente-uitkeringen uit te stellen, gaat de belasting in box 1 vaak ook omlaag. Houd bij uw planning rekening met de ouderenkorting. Voor AOW’ers met een verzamelinkomen tot en met 37.970 euro is die belastingkorting 1.703 euro. Voor hogere inkomens wordt de ouderenkorting afgebouwd. De ouderenkorting is nihil bij een eigen verzamelinkomen hoger dan 49.323 euro (alle bedragen 2021).
 

6
Verhoog uw pensioen (of dat van uw partner)

Als u met pensioen gaat, beslist u of u de hoogte van het nabestaandenpensioen wilt veranderen. U kunt ervoor kiezen het nabestaandenpensioen voor uw partner te verhogen. Dit betekent wel dat uw eigen ouderdomspensioen lager wordt. U kunt er ook voor kiezen het nabestaandenpensioen te verlagen en zo uw ouderdomspensioen op te pompen.

Kies wat het beste past bij uw situatie. Is uw pensioen nog niet ingegaan, maar wordt uw gezondheid snel minder? Overweeg dan het pensioen te vervroegen en zo het partnerpensioen te verbeteren. De wijziging kost tijd (reken op een maand of drie).

 

VOOR BELEGGERS EN SPAARDERS


7
Vermijd negatieve spaarrente

Steeds meer banken gaan over tot het rekenen van een negatieve rente over (spaar)saldi vanaf 100.000 euro. U moet dus betalen om (spaar)geld bij uw bank te mogen stallen, en stevig ook. U kunt dit voorkomen door een deel van dat geld te spreiden over meerdere banken. Het overbrengen van uw spaargeld van een grootbank naar een spaardeposito bij een kleinere bank kan bij de huidige spaarrentetarieven méér dan 0,5 procentpunt extra rente opleveren, terwijl u door het depositogarantiestelsel van De Nederlandsche Bank per bank(vergunning) en per rekeninghouder tot 100.000 euro veilig kunt stallen. Er zijn banken die nu al nieuwe spaarders weigeren, dus wacht niet te lang met het openen van een rekening!

Sommige banken kijken naar het totaalsaldo van alle rekeningen van een klant, andere naar het saldo per rekening (maar dat zal meer en meer het saldo per klant worden). Rekeningen van BV’s en privépersonen worden niet samengeteld. U vindt alle actuele spaarrentetarieven op www.spaarinformatie.nl en www.spaarrente.nl. Lees ook ons memorandum ‘Veilig sparen met de hoogste rente’ op www.fiscalert.nl  downloads.


8
Laat u niet meeslepen door emoties

De beurskoersen gaan door het plafond en iedereen lijkt geld te verdienen met beleggen. Beleggers worden vaak gedreven door emoties zoals hebzucht en angst. Dat is even begrijpelijk als onverstandig. Op dit moment is het de hebzucht die overheerst. Maar wat de koersen op de beurs ook doen, laat u niet gek maken. Dalen de beurzen, moet u niet alles hals over kop gaan verkopen of minder gaan inleggen. En andersom geldt hetzelfde: laat u niet verleiden tot (te) veel beleggen als de aandelen niet aan te slepen zijn. Doe als de professionals: voer een consequent beleggingsbeleid en blijf bij uw risicoprofiel en bijbehorende vermogensverdeling.

Een belangrijke vuistregel: beleg alléén met geld dat u minimaal 10 tot 15 jaar kunt missen. Beleg sowieso zo lang mogelijk: met het toenemen der jaren daalt het beleggingsrisico. Meer verstandige tips vindt u in ons artikel ‘25 basisregels bij beleggen’ (FiscAlert mei 2020, jrg 26 nr 5, p.20-23, online op www.fiscalert.nl sparen & beleggen)


9
Beperk de spaartaks

Sparen levert helemaal niets meer op, zeker niet na inflatie, maar de vermogensrendementsheffing gaat gewoon door. Gelukkig is er een eenvoudige manier om de spaartaks in box 3 te beperken: zorg ervoor dat het belaste vermogen op de peildatum (1 januari) zo laag mogelijk is. Hoe u dat doet? Door bijvoorbeeld uw consumptieve leningen of uw hypotheek af te lossen. Of door grote uitgaven nog dit jaar doen. Of door met fiscaal voordeel te gaan beleggen in erkende groenfondsen. Of door het schenken van substantiële bedragen. En heeft u pensioentekort? Dan kunt u fiscaal voordelig geld (bij)storten in een bancaire lijfrente.

Speciaal voor notoire grootspaarders met een paar ton vrij beschikbaar spaargeld: overweeg een Spaar-BV. Bijkomend voordeel: mogelijk beperkt u ook de nadelige gevolgen van de ‘vermogenstoets’ bij andere regelingen. Wacht wel even met de oprichting van de Spaar-BV tot na Prinsjesdag 2021, als bekend is hoe de regelgeving voor het komende belastingjaar eruit ziet!

 

VOOR HUISEIGENAREN


10
Overweeg aflossen

Als de hypotheekrente u netto méér kost dan uw spaargeld oplevert, kan het een goed idee zijn om uw hypotheek (deels) af te lossen. Als u nog een kleine (rest)hypotheek heeften een aardige som spaargeld op de bank, wordt u door aflossen dubbel beloond: u bespaart hypotheekrente èn de vermogensrendementsheffing over uw spaargeld vermindert omdat een deel van box 3 naar box 1 verhuist.

Met onze praktische calculator ‘hypotheek aflossen’ (www.fiscalert.nl  calculatoren) kunt u zelf eenvoudig uitrekenen hoeveel het (deels) aflossen van de hypotheek u oplevert.


11
Regel korting op uw hypotheek

Door de lage rente zijn de huizenprijzen de laatste tijd niet te stuiten. Niet leuk voor starters, maar mogelijk kunt u ervan profiteren. Banken rekenen namelijk vaak een forse risico-opslag bovenop de basisrente van de hypotheek. De hoogte van deze opslag is afhankelijk van de hoogte van de hypotheek en de waarde van de woning. Als de schuld lager wordt en/of de waarde van de woning stijgt, kan de opslag lager worden. Kan, want de opslag gaat er meestal niet vanzelf vanaf. U zult dat dus bij de bank moeten aankaarten. Denk niet dat het wel los zal lopen. Een rentekorting van enkele tienden van procenten kan u een voordeel van vele honderden tot meer dan duizend euro per jaar opleveren. Elk jaar weer!

De ins en outs leest u in het artikel ‘Pak die rentekorting!’ (FiscAlert mei 2020, jrg 26 nr 5, p.15, online op www.fiscalert.nl  huis & hypotheek).


12
Verhuis uw hypotheek naar box 3

Betaalt u veel vermogensrendementsheffing in box 3 omdat u veel vrij beschikbaar vermogen heeft, en trekt u weinig eigenwoningrente af in box 1? Of bent u AOW’er en is uw belastbaar inkomen in box 1 niet hoger dan 35.129 euro (2021) waardoor u maximaal 19,2 procent belasting betaalt? Dan is een ‘box 3-lening’ al snel voordeliger dan een eigenwoninglening in box 1. Maar hoe regelt u dat? Bij de ene methode lost u de eigenwoninglening (box 1) af met uw spaargeld (box 3) en neemt u na verloop van zeg 6 maanden hetzelfde bedrag bij de bank weer op als nieuwe lening. Essentieel is dat u vóóraf checkt of uw (of een andere) bank bereid is om u na aflossing dat geld weer uit te lenen tegen de actuele, normale hypotheektarieven. De andere methode werkt alleen voor ‘nieuwe’ hypotheken (vanaf 2013, met fiscale aflossingseis). U forceert de overgang van uw box 1-lening naar box 3 door niet of te weinig af te lossen. Hierdoor houdt de schuld automatisch op eigenwoningschuld te zijn. De nog niet gerealiseerde aflossingen mogen op een later moment worden ingehaald (de aflossingsstand moet minimaal gelijk zijn aan die bij een doorlopende annuïtaire aflossing gedurende 360 maanden). Zodra op het peilmoment (31 december) voldoende is afgelost, wordt de lening nog voor het hele kalenderjaar aangemerkt als eigenwoningschuld en is de rente weer aftrekbaar.

Een box 3-hypotheek heeft alleen zin bij voldoende belast box 3-vermogen. Er zitten nogal wat haken en ogen aan een box 3-hypotheek, dus win deskundig advies in en bespreek een en ander altijd vóóraf met de bank.

 

VOOR ALLE BELASTINGBETALERS


13
Haal het maximale uit uw belastingen

Er zijn veel manieren om — geheel legaal — uw belastingen te minimaliseren en de toeslagen te maximaliseren. Maar toch laten we met z’n allen jaarlijks miljoenen euro’s belastinggeld liggen. Dat is zonde. Ons devies voor alle doe-het-zelvers: wees niet bang voor de blauwe envelop. Doe vooral aangifte, vergeet geen aftrekposten, benut de heffingskortingen en, speciaal voor fiscaal partners, verdeel uw aftrekposten en vermogen optimaal. Check verder de toeslagen en kijk of u recht heeft op een belastingteruggave door middeling.

Lees ons artikel ‘Haal alles uit uw belastingen!’ (FiscAlert april 2021, jrg 27 nr 4, p.12-14, online op www.fiscalert.nl  fiscaal). Zo weet u zeker dat u geen geld bij de fiscus laat liggen.


14
Haal aftrekposten naar voren

Voor veel aftrekposten wordt het belastingvoordeel de komende jaren afgebouwd voor wie een hoger box 1-inkomen heeft dan ruim 68.500 euro. Dat geldt niet alleen voor de hypotheekrenteaftrek, maar bijvoorbeeld ook voor de persoonsgebonden aftrekposten zoals alimentatie, aftrekbare giften en zorgkosten. Het maximale belastingvoordeel bedraagt 43 procent in 2021, 40 procent in 2022 en circa 37 procent in 2023. Aftrekposten leveren in 2021 dus méér belastingvoordeel op dan volgende jaren. Kijk dus of u aftrekposten zoals hypotheekrente, giften en wellicht ook zorgkosten naar voren kunt halen door bijvoorbeeld nog dit jaar uw hypotheek over te sluiten of uw giften en zorgkosten vooruit te betalen.

Komt uw inkomen dit jaar niet boven € 68.500 uit, bijvoorbeeld als gevolg van de coronacrisis, en volgend jaar naar verwachting weer wel? Dan kunt u de aftrekposten beter doorschuiven naar volgend jaar (zoveel als fiscaal mogelijk is).


15
Maak tijdig bezwaar

Controleer uw aanslag op tijd en grondig. Dien een bezwaarschrift in als de inspecteur is afgeweken van de door u ingediende aangifte en u het daarmee niet eens bent. U moet binnen 6 weken na dagtekening van de definitieve aanslag bezwaar maken. Wilt u dit online doen, ga dan naar www.belastingdienst.nl/bezwaarcheck. Schriftelijk bezwaar maken kan ook. Op de aanslag vindt u het adres van uw belastingkantoor waar het bezwaarschrift naartoe moet. Heeft u een fout gemaakt bij het invullen van de aangifte — u bent bijvoorbeeld een aftrekpost vergeten — dan kunt u dat eenvoudig herstellen door opnieuw online aangifte te doen. In dat geval is een bezwaarschrift niet nodig.

FiscAlert-abonnees downloaden gratis het concept-bezwaarschrift op www.fiscalert.nl  downloads. Bent u spaarder met veel spaargeld en wilt u meedoen met de massaal-bezwaarprocedure? Dien dan binnen de bezwaartermijn het bezwaarschrift in dat u vindt op www.bondvoorbelastingbetalers.nl. Doe dat voor uzelf èn uw fiscaal partner afzonderlijk.

LET OP: U kunt de verdeling van het box 3-vermogen tussen u en uw fiscaal partner nog wijzigen zolang de aanslag over het belastingjaar van één van de partners nog niet definitief is geworden of als één van de fiscaal partners zelf nog geen aangifte had gedaan. Daarna staat de verdeling voor dat belastingjaar vast.

 

VOOR (STARTENDE) ONDERNEMERS


16
Bewaar alle bonnetjes

In tegenstelling tot werknemers kunnen IB-ondernemers al hun zakelijke kosten aftrekken. Maar dan moeten natuurlijk wel alle zakelijke bonnetjes en facturen goed bewaard worden! Bent u nog geen ‘echte’ ondernemer maar dreigt uw hobby of andere bezigheid zodanig uit de hand te lopen dat u er wel een eigen bedrijfje van zou kunnen maken? Houd dan vanaf nu opbrengsten en kosten bij. Kosten (minus eventuele opbrengsten) die u voor uw hobby maakte in de laatste 5 jaar voordat u ondernemer werd, kunt u in één keer aftrekken zodra u ondernemer bent.

Scan of fotografeer alle bonnen en rekeningen: vaak worden ze na langere tijd onleesbaar!


17
Benut alle belastingvoordelen

Ondernemers hebben de beschikking over een groter arsenaal aan mogelijkheden om belasting te beperken. Alleen kent niet elke ondernemer de fiscale tips en trucs die daarvoor benodigd zijn, zoals de volgende:
(1) Heeft u kinderen die af en toe meewerken in de zaak en doen ze dat gratis? Geef hun een zakelijke beloning. Niet alleen is die voor u volledig aftrekbaar, bij uw kinderen is het geld onbelast als de inkomstenbelasting binnen hun algemene heffings- en arbeidskorting valt.
(2) Plan investeringen fiscaal slim.
(3) Vraag BTW van oninbare vorderingen terug.
(4) Kijk eens naar de voordelen van een elektrische auto of fiets van de zaak.
(5) Werkt uw partner mee in de zaak? Denk dan aan arbeidsbeloning, meewerkaftrek of zelfs een vennootschap onder firma.
(6) Overweeg een BV voor uw onderneming.

Het zijn maar een paar manieren waarop u als ondernemer kunt besparen op uw belasting. En daar gaat het óók om bij ondernemen!

Op www.fiscalert.nl downloads vindt u ons handige en overzichtelijke ‘Memorandum Ondernemerschap’. Daarin laten we u precies zien wanneer de Belastingdienst u ziet als IB-ondernemer en welke fiscale voordelen het ondernemerschap u te bieden heeft.


18
Maak gebruik van de corona-steunmaatregelen

Het steun- en herstelpakket bestaat uit een groot aantal financiële regelingen:
■ voor het doorbetalen van uw personeel (NOW)
■ voor aanvulling van het inkomen als het onder het sociaal minimum daalt (Tozo)
■ voor aanvulling van het inkomen als u de noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer kunt betalen (TONK)
■ voor het betalen van de vaste lasten van de onderneming (TVL)
■ voor diverse sectoren
■ voor belastinguitstel

Veel regelingen kennen een beperkte aanvraagperiode en soms moet u daarna ook nog tijdig om een definitieve berekening (zoals bij de NOW) of om verlenging (belastinguitstel) vragen. Wacht dus niet af. Check direct welke u wilt gebruiken, wat de voorwaarden zijn en dien uw aanvraag tijdig in! Check opnieuw bij een aangekondigde verlenging van coronamaatregelen. Vaak veranderen de voorwaarden en worden regelingen verlengd. Meer informatie op www.rijksoverheid.nl. Kijk ook eens naar de regelingencheck van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl/corona) en de coronacalculator van VNO-NCW/MKB Nederland (www.coronacalculator.nl).